Leven met Feyenoord

Afgelopen zondag zat ik ineens in een online talkshow. Het was de eerste aflevering van de volledig op Feyenoord gerichte talkshow ‘Leven met Feyenoord’ en ik mocht daar lullen over mijn boek en over Feyenoord in het algemeen. Ontzettend leuk om te doen, hopelijk ook leuk om naar te kijken. Of dat ook echt zo is, kan je beoordelen door hier de aflevering terug te kijken.

Leven met Feyenoord

Dirk, opa en ik

Tien jaar geleden, op 23 april 2006, werd Feyenoord in de Kuip door Ajax vernederd. Het was niet de eerste keer, het zou niet de laatste keer zijn. En toch, als ik nu terugdenk aan die wedstrijd, was het lange tijd de meest cruciale, de meest pijnlijke. Want het vormde een keerpunt in mijn Feyenoorder-schap. Die dag was heel Rotterdam er namelijk van overtuigd dat Dirk Kuyt, mijn held, zijn laatste wedstrijd als Feyenoorder had gespeeld. Het was al niet veel, en het zou alleen maar minder worden.

Opa
‘Vroeger,’ begon mijn opa haast al zijn verhalen. ‘Toen was voetbal nog een echte mannensport. Je had gasten als Van Hanegem, Laseroms, Israël, dat waren echte kerels. Als je daarlangs ging kreeg je een schop.’ Het zijn zinnen die iedere Feyenoorder geboren na 1970 te horen zal hebben gekregen van de generatie die de glorietijd wel heeft meegemaakt. Zo ook ik. Ik las liever boeken dan dat ik een bal moest aanraken, maar als opa sprak luisterde je. En door zijn verhalen over Feyenoord begon het te klinken als iets moois, iets waar je onderdeel van wilde zijn, iets wat je meegemaakt wilde hebben. ‘Maar tegenwoordig zijn het allemaal van die mietjes. Ik kijk hoogstens een samenvatting, negentig minuten trek ik niet. Nee, geef mij maar wielrennen.’

De liefde voor Feyenoord zat diep bij mijn opa. Maar het was een liefde die vooral gebaseerd was op het verleden. Net als mijn opa heb ik het talent om in het verleden te leven, om al met weemoed terug te denken aan iets terwijl het nog gaande is. Wij hebben de kwaliteit om iets te missen dat recht voor onze ogen staat, wat we letterlijk nog vast kunnen houden.

Voor een Feyenoorder die de gloriejaren heeft meegemaakt is het makkelijk om weemoed te kennen. Er valt daadwerkelijk iets te missen. Je hebt succes gekend, je hebt jouw club als eerste Nederlandse vereniging de beste van Europa en later van de wereld zien worden. Je hebt het allerhoogste gezien en je hebt het daarna in kunnen zien storten.

Hoewel ik geboren ben in 1992, heb ik zelfs de UEFA Cup-winst niet bewust meegemaakt. We zaten op een camping, speelden een spelletje en toen Feyenoord begon gingen mijn ouders de wedstrijd kijken. Ik speelde liever verder en keek alleen de tweede helft mee. Het deed me weinig. De liefde voor voetbal en voor Feyenoord kwam pas een jaar later. De eerste wedstrijd die ik van begin tot eind zag was Feyenoord-Ajax in april 2003 voor de halve finale van de beker. Het was een van de mooiste klassiekers ooit met kansen over en weer, scheidsrechterlijke dwalingen waar zelfs Danny Makkelie bij verbleekt en een Feyenoord dat ondanks alle tegenslag overwon. Toen begon de liefde, en een paar maanden later was er geen weg meer terug. Lees verder “Dirk, opa en ik”

Dan is het voorbij

Is dit geen buitenspel?
Dan is het, dan is het voorbij
Als dit geen buitenspel is, is het voorbij
Iniesta, Iniesta…

Frank Snoeks was het die deze woorden vier jaar geleden uitsprak en iedereen wist dat het waar was, dat Nederland de finale zou verliezen. Op dat moment ging er ook een andere gedachte door mij heen, namelijk dat Nederland zojuist de enige WK-finale had verloren waarin ik ze ooit zou zien spelen. De grote landen werden steeds sterker, Nederland steeds zwakker, het was destijds in mijn ogen nu of nooit.

Nou heeft Nederland de WK-finale niet gehaald. In die zin kan mijn ‘angst’ van toen nog altijd waarheid worden. Vooraf had ik verwacht dat we tweede zouden worden in de poule (achter Spanje) en er vervolgens tegen Brazilië uit zouden gaan. Achtste finale, klinkt niet goed, maar gezien de loting was het in mijn ogen het maximaal haalbare en iets waarvoor we ons niet zouden hoeven schamen. Achter Spanje eindigen kan gebeuren en verliezen van het gastland en tevens de torenhoge favoriet ook.

Maar we weten allemaal wat er gebeurde op 13 juni, de dag dat we wereldkampioen Spanje met 1-5 vernederden. Plotseling ging ik er weer in geloven. Plotseling vond ik de gedachte dat mij en mijn generatie slechts één WK-finale gegeven is een bizarre. Want waarom zou het niet kunnen? Waarom zou Nederland het niet beter kunnen doen dat vier jaar geleden? Nu, achteraf, zullen sommigen wellicht stellen dat we het toen beter deden, omdat we de finale haalden. Maar ik denk terug aan het WK van 2010 en dan zijn er slechts twee wedstrijden die ik nog heel helder voor de geest heb; de legendarische wedstrijd tegen Brazilië en de zeperd tegen Spanje.

Als je heel eerlijk bent, verdienden we het toen eigenlijk niet om in de finale te staan. Zowel Duitsland als Spanje waren op papier vele malen sterker dan wij. We hadden geluk met de loting, het feit dat we groepshoofd waren, en het feit dat Slowakije wist te stunten. Dit jaar was dat anders. We kregen vele legendarische wedstrijden voorgeschoteld en als je over tien jaar vraagt welke landen nou echt imponeerden, zal Nederland altijd genoemd worden. Het Nederland dat Spanje met 1-5 versloeg en het Duitsland dat Brazilië met 1-7 vernederde, zullen herinnerd worden. En juist daarom is het zo zuur. Juist omdat dit elftal de finale zoveel meer verdiende dan het vorige, komt de klap van gisteren zo hard aan.

Louis van Gaal kreeg het voor elkaar om een elftal met slechts drie wereldtoppers te laten geloven in eigen kunnen. Hij kreeg spelers als Daley Blind, Georginio Wijnaldum en Stefan de Vrij zover dat ze geloofden dat zij wereldkampioen konden worden. En hij kreeg het volk zover dat ook te doen.

Daarvoor moeten we hem en zijn spelers dankbaar zijn. Maar nog meer dan vier jaar geleden het geval was, had ik dit toernooi het gevoel dat het nu of nooit was. De generatie Sneijder, Van Persie en Robben zal over vier jaar wellicht nog wel mee gaan, maar zij zullen niet kunnen schitteren zoals ze nu bij vlagen deden. In die zin blijft de angst bestaan. Want de verdediging kan nog jaren mee, maar wat komt daarvoor te staan? Welke spelers kunnen het land zo in vervoering brengen als Arjen Robben dat deed?

 Ik vrees met grote vreze. Maar dat deed ik vier jaar geleden ook, dus luister niet naar mij.

Op weg naar

Ja, goeie bal,
goeie bal,
Robben,
op weg naar,
op weg naar,
Arjen Robben…

Op mijn kamer staan twee kleine canvassen van Arjen Robben. De eerste is een foto gemaakt op 11 juli 2010, vlak na het laatste fluitsignaal van de WK-finale. Gedesillusioneerd kijkt Robben omhoog, waarschijnlijk denkend aan de kans die hij miste. Op de tweede balt hij zijn vuisten en schreeuwt in de lucht, vlak nadat hij de Champions League won. Arjen Robben; je haat hem vanwege zijn vervelende en aanstellerige maniertjes of je houdt van hem omwille van zijn onnavolgbare acties. Het lijkt me overbodig te zeggen tot welke categorie ik behoor.

Sinds zijn gemiste kans in Johannesburg is het anti-Robben kamp gegroeid en werd het eenzamer in het pro-Robben kamp. Velen nemen hem de gemiste kans kwalijk. Commentator Frank Snoeks meent dat hij bij elke belangrijke treffer die Robben maakt, nog steeds moet verwijzen naar die ene gemiste kans van vier jaar geleden. En nee, de goal die hij maakte in de Champions League finale zal die kans voor ons Nederlanders nooit meer terugdraaien. Maar het mooie van Arjen Robben is dat hij – ondanks wat zijn maniertjes en schwalbes ons soms doen vermoeden – alles behalve een mietje is. Keer op keer vocht hij zich terug van een zware blessure. Blessures die voor de gemiddelde topsporter allang het einde zouden betekenen.

Zo ook vlak voor het WK van 2010. Want riepen we destijds niet allemaal dat we zonder Robben in Zuid-Afrika niks te zoeken hadden? Zonder hem waren we kansloos, was het verhaal. Maar hij vocht zich andermaal terug en overrompelde samen met Sneijder titelfavoriet Brazilië. Hij kopte ons definitief langs Uruguay en bracht ons de WK-finale, maar misschien nog wel belangrijker; hij bracht ons hoop. Wat de generatie van Koeman, Van Basten en Rijkaard niet lukte, kreeg die van Robben, Sneijder en Van Persie wel voor elkaar. Nee, we werden er geen wereldkampioen mee. Robben bleek niet op weg naar de eerste ster boven onze brullende leeuw. Robben bleek op weg naar een nationaal trauma en de teen van Iker Casillas.

En dat bleef knagen. Ook nadat hij de matchwinner werd tegen Borussia Dortmund. Want dat deed hij toch voor een Duitse club, en wat hadden we graag gehad dat… Jarenlang zeulde hij die last met zich mee. Dat onterechte schuldgevoel tegenover het volledige Nederlandse volk. Wat was het hem dan ook gegund dat uitgerekend hij Casillas op de knieën kreeg en het slotakkoord mocht aantekenen. Dat hij eindelijk echt kon afrekenen met zijn grote kwelgeest. Dat hij de wereld eindelijk kon laten zien dat hij ondanks al die blessures nog steeds tot de absolute wereldtop behoort.

We weten niet wat dit toernooi ons nog zal brengen. Of de revanche beperkt zal blijven tot die waanzinnige overwinning op Spanje in de groepsfase, of dat het ook daadwerkelijk lukt om de wereldbeker op te tillen. Misschien vliegen we er tegen Costa Rica uit. Maar wat de afloop ook moge zijn, hopelijk is iedereen nu eindelijk bereid hem te vergeven voor vier jaar geleden en te kijken naar wat hij ons ook dit jaar weer heeft gegeven; hoop.

Robben,
op weg naar,
op weg naar…

HNS: de cijfers

Morgen beslist de gemeenteraad van Rotterdam of het garant wil staan voor de bouw van Het Nieuwe (Feyenoord) Stadion. Er is de afgelopen tijd veel om te doen geweest. Tegenstanders worden ervan beschuldigd dat ze enkel kijken vanuit emotie en voorstanders dat ze in het propagandapraatje trappen. Laten we gewoon eens kijken naar de cijfers.

Vergelijking
Het Nieuwe Stadion zal plaats bieden aan 63.000 toeschouwers. De Kuip heeft 51.117 zitplaatsen maar slechts 48.000 kunnen worden gebruikt. Het aantal Business seats in de Kuip is 1.563 tegenover 6.300 in Het Nieuwe Stadion. De verdeling Business units is 40 om 90. Daar kan men dus inderdaad beduidend meer inkomsten uithalen.

In het plan van Het Nieuwe Stadion (pag. 11) staat het volgende: Een belangrijke pijler van de exploitatieinkomsten zijn de ruim [7.560] zakelijke stoelen die een omzet genereren van ca. [33.3] miljoen. Vervolgens wordt ingegaan op de overige inkomsten. 18.5 miljoen van de horeca, 1.6 miljoen van Feyenoord voor de huur van het trainingscomplex etc. Alles bij elkaar opgeteld zal dit 61.8 miljoen per jaar moeten opleveren, haal je de kosten er af dan kom je uit op een operationeel resultaat van 32.9 miljoen euro.

Met geen woord wordt gerept over de seizoenkaarten. Dat is op twee mogelijke manieren uit te leggen. 1) Er is een fout gemaakt in de door mij aangehaalde zin en het betreft hier de volledige inkomsten – dus seizoenkaarten en zakelijke stoelen. Dat zou niet vreemd zijn want Ajax haalt uit de ArenA (na verbouwing ong. 52.000 verkoopbare plaatsen) een bedrag binnen van 23.8 miljoen in het seizoen 2011/2012. Dan is 33.3 miljoen dus wat positief ingeschat maar we geven ze het voordeel van de twijfel. 2) Dit betreft alleen de inkomsten naar het stadion, de 33.3 miljoen zijn dus – zoals de zin zegt – alleen van de zakelijke stoelen. Dat zou heel veel geld zijn als je kijkt naar wat Amsterdam er uit haalt. En dat zou dus betekenen dat de seizoenkaarten los staan van het stadion – want die gaan naar Feyenoord – maar de zakelijke stoelen niet – die inkomsten zouden dan naar het stadion gaan en niet naar de club.

Dat laatste lijkt mij onmogelijk. Het zou namelijk betekenen dat de grootste inkomstenbron niet naar Feyenoord gaat maar naar de stadiondirectie. Dat dit twee verschillende zaken zijn blijkt alleen al uit het feit dat Feyenoord 1.6 miljoen euro per jaar zal betalen voor de trainingsaccomodatie. Laten we dus uitgaan van een fout in het stuk. 33.3 miljoen zou er dus gegenereerd worden uit de 63.000 stoelen. Nogmaals, gezien de ArenA vind ik het wat positief ingeschat maar laten we er voor het gemak vanuit gaan dat het zo zal zijn.

De mogelijke winst
Het stadion maakt dan dus jaarlijks een winst van 32.9 miljoen. De omzet van Feyenoord was tijdens het afgelopen seizoen 38.7 miljoen. Daar zitten dus inkomsten vanuit De Kuip bij in. Over de verkoop van zakelijke stoelen zegt men niets maar alleen al uit seizoenkaarten voor de reguliere zitplaatsen haalt men 7.2 miljoen euro op.

Feyenoord claimt dat in een nieuw stadion de begroting naar 80 miljoen kan gaan. Goed. Nu wordt er – tijdens een relatief goed financieel jaar – 38.7 miljoen binnengehaald. Laten we voor het gemak stellen dat de winst uit het stadion daar bij op komt. Dan kom je dus uit op 71.6 miljoen. Dit klopt om meerdere redenen niet. 1) bij die 38.7 zaten inkomsten uit De Kuip, die dus vervallen. 2) En misschien nog wel belangrijker. Niet alle inkomsten uit Het Nieuwe Stadion gaan naar De Kuip. Maar zelfs als dat al zo zou zijn is de kans dat je jaarlijks 80 miljoen euro te besteden hebt te verwaarlozen. Natuurlijk zal het sponsors aan gaan trekken, zal men dan zeggen. Ongetwijfeld.

Maar als we alleen maar naar Ajax kijken. Zij haalden vorig seizoen een omzet van 104.1 miljoen. Omdat zij in de ArenA speelden? Onder andere, gezien de 23.8 miljoen tegenover het niet bekende aantal – maar dus minimaal 7.2 uit seizoenkaarten – van Feyenoord. Ter vergelijking: Ajax verkocht 12.000 seizoenkaarten meer en dat leverde ze 11.6 miljoen op. De overige 12.2 miljoen kwamen dus uit zakelijke stoelen, het merendeel dus. Dan mag je er van uitgaan dat Feyenoord minstens 5 miljoen – beduidend minder dan uit de seizoenkaarten – haalt uit de zakelijke stoelen van De Kuip. Een verschil dus van maximaal – want er waren wel inkomsten uit zakelijke stoelen maar we weten niet hoeveel – 16.6 miljoen. Terwijl het verschil in omzet maar liefst 65.4 miljoen euro is.

Om Feyenoord te matsen zeggen we dus dat er uit de zakelijke stoelen nul euro is behaald en dat het stadionverschil dus 16.6 miljoen is – wat niet zo is. Dan is er dus alsnog een verschil van 48.8 euro. Hoe dat kan? Ajax haalt meer geld uit sponsoring, Champions League voetbal en transfers. En dat heeft allemaal met elkaar te maken. Speel je Champions League dan krijg je meer sponsorgelden, staan je spelers in de spotlights van Europa en kun je die verkopen. Feyenoord speelt – als het de voorronde door komt – Europa League. Een nieuw stadion zorgt er niet direct voor dat je Champions League speelt en zolang je geen Champions League speelt ben je kansloos.

Slecht beleid
‘Maar in een nieuw stadion trek je automatisch meer sponsoren binnen.’ Kan zijn. Maar op het gebied van sponsors is Feyenoord al jaren aan het prutsen. Geen cent wist Feyenoord te verdienen aan Olli, hoe genereus ook, dat alle inkomsten naar Blijdorp gingen is natuurlijk een beetje dom. Alleen bij Feyenoord staan mensen uren in de rij voor een olifantenknuffel, maak daar gebruik van. Een manier was bijvoorbeeld de Blijdorp-shirts. Iedereen wilde er eentje hebben. Ik heb een hele ochtend achter de computer gezeten om een exemplaar te bemachtigen. Maar de website was over belast en toen ik weer toegang kreeg – twee uur later – waren de shirts uitverkocht. ‘We hadden niet verwacht dat de shirts zo populair zouden zijn maar we drukken geen shirts meer bij’. Dan heb je eens succes – dank, ASR en Blijdorp – en dan krijg je het nog voor elkaar dat je er niet uithaalt wat er in zit. Zolang je op die manier blijft prutsen heb je geen recht te zeggen dat het aan het verouderde stadion ligt.

Kijk naar de cijfers en besef dat dit nog een rooskleurig beeld is, want de inkomsten gaan naar de directie van het stadion, en slechts een gedeelte belandt bij de club. Het plaatje ziet er – ook financieel – goed uit. Voor het stadion, niet voor Feyenoord. Voor Feyenoord is het lood om oud ijzer, tenzij het een fiasco wordt, want dan gaat ook de club ten onder. Dat het plaatje er goed uit ziet is overigens alleen op de balansrekening, want bouwtekeningen zijn er niet. Waarop men dan de bouwkosten van – minstens, inmiddels wordt al geroepen dat het meer is – 327 miljoen (plus 35 miljoen voor de grond) vandaan komen, is mij dan ook een raadsel.

Overigens zal je je misschien afvragen waarom niet alle inkomsten naar Feyenoord gaan, heel simpel: Feyenoord heeft nog altijd schulden, een negatief eigen vermogen en dus zal Het Nieuwe Stadion maar voor een klein gedeelte gefinancierd worden door de club. Het merendeel zal gefinancierd worden door externe bedrijven zoals Volker Wessels – die het stadion ook gaan bouwen trouwens, belangenverstrengeling? – en die bedrijven worden dan ook de grootste aandeelhouders.

Bewust heb ik geen woord gezegd over de emotie en de kracht van De Kuip. Dit zijn gewoon getallen. Maar wat men nooit mag vergeten is dat Feyenoord de club van het volk is. En de club van het volk hoort niet in een betonbak, zeker niet als de winst zo gering is. De gemeente dient akkoord te gaan met een stadion waarvan niemand weet hoe het er uit gaat zien. Een gearrangeerd huwelijk. We worden uitgehuwelijkt aan een betonbak.

Transparantie en openheid, is dat echt teveel gevraagd?

Dit is een stuk over De Kuip. Maar dit is geen stuk waarin ik pleit voor renovatie van het huidige Feyenoord-stadion. Of er wel of geen renovatie- en dus wel of geen nieuw stadion- komt is in dit geval totaal irrelevant. In dit stuk zet ik alleen flinke vraagtekens bij de noodzaak van een nieuw stadion en vooral bij de openheid en transparantie van het Feyenoord- en stadionbestuur.

Om toch even eerlijk aan te geven wat mijn persoonlijke mening is: ik ben het volledig met Willem van Hanegem eens. Het liefst zie ik helemaal niets veranderen aan de Kuip. Voor mij, als gewone supporter, hoeft er niets te veranderen aan het stadion. Maar ik ben ook realistisch. En los van de vraag of het stadion op dit moment tekort komt zijn we in ieder geval op een punt aangekomen waarop er nog maar twee opties zijn: renovatie of een nieuw stadion.

Nieuw stadion

Volgens de directie van zowel Feyenoord als De Kuip is een nieuw stadion noodzakelijk. Want, zo zegt men: De Kuip is op. Dit betreft niet de constructie van het stadion want uit TNO-onderzoek uit 2006 bleek dat het stadion qua constructie nog vijftig jaar mee kon. We zijn een kleine zeven jaar verder dus heeft het stadion nog ruim veertig jaar te gaan.

Wat volgens de hoge heren op is, is de capaciteit voor de sponsoren. Er is in het huidige stadion te weinig ruimte om de kapitaalkrachtige fans te ontvangen. En volgens het bestuur is dat dé reden dat Feyenoord de vierde begroting van Nederland heeft, achter Ajax, PSV en FC Twente.

Ajax vs. Feyenoord

Als we de Amsterdammers even als voorbeeld nemen: Feyenoord claimt dat de ArenA het verschil maakt tussen Ajax en Feyenoord. Ajax had afgelopen jaar een omzet van ruim honderd miljoen euro. Feyenoord had een omzet van ruim veertig miljoen. Maar de zogenaamde kapitaalkrachtige supporters (lees: mensen die business seats of skyboxen huren) leveren in de ArenA €10.2 miljoen op. Bij Feyenoord is dit bedrag niet inzichtelijk. Dit omdat men het combineert met de overige sponsorinkomsten. Vreemd want toen het financieel zo beroerd ging met de club beloofde men openheid naar de achterban. Die blijft dus achterwege. Maar zelfs zonder de cijfers van Feyenoord is de conclusie gerechtvaardigd dat dit niet verantwoordelijk is voor het gat van zestig miljoen.

Dat zit er veel meer in dat Ajax meer geld haalt uit de overige sponsoring (Adidas en Aegon) als wel de inkomsten uit de Champions League. Dat zorgt niet alleen voor geld vanuit de UEFA maar ook voor veel meer televisiegelden. Zolang Feyenoord geen Champions League speelt loopt het jaarlijks al een achterstand van ruim dertig miljoen op ten opzichte van de Amsterdammers. Daar kan geen skybox tegenop.

Red De Kuip

Veel supporters laten zich inpakken door de praatjes van de directie. “Er moet nou eenmaal een nieuw stadion komen. Dit stadion is op en met een nieuw stadion kunnen we structureel de nationale top en de subtop van Europa aan.” Klinkt allemaal leuk en aardig maar dat stadion is natuurlijk niet gratis. Feyenoord kwam in oktober met de uitleg dat een nieuw stadion driehonderd miljoen zou kosten. Dit was nog zonder ook maar één schets gemaakt te hebben. Dus waar was dat bedrag op gebaseerd? Niemand weet het want Feyenoord zwijgt. De journalisten die wel de mogelijkheid krijgen om kritische vragen te stellen doen dat niet (zoals in dit filmpje Angelo Terwijl van de NOS volledig kritiekloos is).

Pas toen er supporters waren die met een alternatief kwamen (Red De Kuip) gaf Feyenoord enigszins openheid van zaken. Wat bleek: er was nog geen business model, daar moest nog aan gewerkt worden. Maar de plannen van Red De Kuip waren absoluut onuitvoerbaar.

Goed, wat gebeurde er: Feyenoord gaf Red De Kuip tot 11 december 2012 om de plannen uit te werken, dan moest er een Stadion volgens RedDeKuiprealiseerbaar plan liggen. Red De Kuip hield woord en kwam met een plan waarin De Kuip behouden kon blijven maar er wel een uitbreiding was op alle fronten. Feyenoord zelf kondigde toen aan dat de plannen, zowel bouwkundig als financieel, nog niet rond waren. Die worden pas over enkele weken (men verwacht eind maart) gepresenteerd. Feyenoord verwachtte dus dat de supporters en de gemeente Rotterdam in oktober akkoord zouden gaan met de illusie van een plan. Er was nog geen plan maar het plan dat er over enkele maanden wel zou zijn, is zo fantastisch dat we de rijkste club van het land zullen worden.

Hopen

Wederom: waar baseert men zich op? Feyenoord gokt op de inkomsten van concerten, Europese finales en interlands. Grote stadionconcerten worden in Nederland nauwelijks meer gegeven dus als je eens in de drie jaar een dergelijk concert binnenhaalt mag je jezelf gelukkig prijzen. Europese finales worden in 2019 (dan moet het stadion af zijn) echt niet meer gehouden in stadions met maar 65.000 toeschouwers. En al zou men dat wel doen, dan is het alsnog maar eens in de tien jaar. Én, en dat is misschien nog wel het belangrijkste, die inkomsten gaan naar het stadion, niet naar de club. Feyenoord wordt namelijk, net als nu, geen eigenaar van het stadion.

Rijk worden door middel van je stadion is dus extra lastig want dat moet  dan echt gebeuren tijdens de wedstrijden en zoals we eerder al zagen gaan die inkomsten alleen niet het gat slaan met Ajax. Red De Kuip nam trouwens ook meer skyboxen in hun plannen mee waardoor die inkomsten alsnog kunnen groeien naar het niveau van de ArenA.

Vanmorgen (7 februari 2013) gaf de directie echter aan dat het plan van Red De Kuip weliswaar uitvoerbaar is maar niet genoeg veranderingen met zich meebrengen. Dus kwam Feyenoord, zoals de gemeente geëist had, zelf met renovatieplannen. Daarvoor huurde men een architect in die namens VolkerWessels (het bedrijf dat nieuwbouw moet gaan uitvoeren en er dus belang bij heeft dat er een nieuw Stadion volgens Feyenoordstadion komt i.p.v. renovatie, want meer inkomsten) met een bespottelijk plan kwam. De directie van Feyenoord en De Kuip zegt nu: “Dit, of nieuwbouw.” Slim gespeeld want geen Feyenoorder wil dit zien gebeuren met De Kuip. Het is verkrachting van het mooiste stadion van Nederland met maar één doel: nieuwbouw forceren.

Maar tot op de dag van vandaag is Feyenoord met geen enkele feitelijke onderbouwing gekomen. Ze zeggen dat er meer inkomsten komen, dat het multifunctioneel is. Maar dat is allemaal hoop. Er moet een feitelijke fundering zijn voordat je De Kuip zomaar links laat liggen.

Kortom: er zijn heel veel vragen rondom een nieuw stadion. Het feit dat men in oktober al beweerde dat alles rond was en dit niet zo bleek te zijn spreekt niet in hun voordeel. De uitgelekte schets van het nieuwe stadion is zo gruwelijk dat ik er nooit van mijn leven zal komen. Mocht Feyenoord met een duidelijk en goed onderbouwd plan komen met daarin een schitterend nieuw stadion waarin het Feyenoord gevoel behouden blijft en waardoor de club er echt financieel op vooruit gaat: ik ben voor.

Nieuw stadionHet liefst zou ik voor altijd in De Kuip blijven maar als echt, maar dan ook echt, zou blijken dat dit niet kan dan kan het niet. Tot die tijd ben ik sceptisch. Sceptisch omdat geen enkele journalist de vragen stelt die iedere Feyenoorder beantwoord wil hebben. Sceptisch omdat de directie openheid beloofde en met jaarcijfers komt die zo omslachtig zijn dat je wel moet denken dat ze iets achter willen houden. Sceptisch omdat er een mediaplan omheen lijkt te zitten met Pauw en Witteman van gisteravond als uitstekend voorbeeld. De architect namens Feyenoord aan tafel met zijn gedrocht tegenover Willem van Hanegem die weliswaar precies weet wat voor sentiment er speelt maar (te) weinig weet van de plannen van Red De Kuip om echt een weerwoord te kunnen geven.

Sceptisch ook omdat men het heeft over de slechte infrastructuur en vervolgens het nieuwe stadion aan de andere kant van de weg wil plaatsen. Met parkeerplaatsen onder het stadion los je, hoe gruwelijk ook, het parkeerprobleem misschien op maar daardoor veranderen de wegen niet. Sceptisch omdat men een dak wil op het stadion van Feyenoord.

Feyenoord is dé volksclub van Nederland. En dat moet altijd meespelen, of we het dan hebben over nieuwbouw of renovatie. Een nieuw stadion trekt een heel ander soort publiek, een rijker publiek misschien. Daarmee verkoop je de ziel van de club. Dat is niet het directe gevolg van nieuwbouw, maar dat is wel het beeld wat nu geschetst wordt met het doorschemeren van de plannen. Dit wordt geen Kuip 3.0, dit wordt een Rotterdamse versie van het Gelredome/de ArenA.

Zolang Feyenoord niet met een goed plan komt en er alles aan doet om renovatie te voorkomen zal ik sceptisch blijven. Geen woorden maar daden. Kom maar op met die plannen.

Het topjaar van Feyenoord

2012 was het jaar de tweede plaats. Van de halve omhaal van Pelle. Van de hattricks van Guidetti. Van Ronald Koeman en Martin van Geel. Van zes Feyenoorders in Oranje waarvan maar liefst vijf debutanten. Van een nieuwe stap richting financieel herstel. Van terug kijken op de UEFA-Cup winst en eindelijk weer nieuwe historie schrijven. Van 75 jaar De Kuip en vechten tegen een nieuw stadion. Van je knie kapot schoppen tegen de reling. Van “binnenkantpaal, wat een knal van Bakkal(vanaf 4.20)”. Van twee bizarre wedstrijden in Heerenveen. Van voorronde Champions League en de gemiste kansen van Guyon Fernandez. Van het hakballetje van Achahbar, dat een week later al niets meer was dan een mooie herinnering. Van de komst van Lex en het vertrek van Otman.  Van Ron ‘ik blijf, nee ik vertrek toch’ Vlaar. Van Dirk ‘ooit keer ik terug maar nu ga ik nog even cashen’ Kuyt.

Van je vader meenemen naar De Klassieker. Van je stem al voor het rustsignaal kwijt zijn. Van de beslissing van Bakkal. Van ‘helemaal niets, helemaal niets…’. Van de blunder van Mulder en het bemoedigende schouderklopje van Vlaar. Van ‘het zal toch niet…’. ‘Van de beslissing van Guidetti en Mulder die omhoog kijkt, naar zijn overleden vader. Van Ron Vlaar en de microfoon. Van hakken op Paul Elstak. Van een volksfeest. Van duizenden verhalen rond één wedstrijd. En van mijn verhaal, ons verhaal. De verlossing. Het eerherstel. En tranen op de terugweg. Want Feyenoord is meer dan een voetbalclub. Feyenoord is een synoniem voor het leven. Elk jaar begint met de grootste verwachtingen. En elk jaar valt het tegen. Maar opgeven doe je nooit. Want hoeveel ellende je ook mee maakt, ooit zal de zon weer schijnen. En daar kun je dan maar het beste zo lang en zo goed mogelijk van genieten. Want het kan net zo snel weer voorbij zijn. De herinnering aan 29 januari 2012, en wat volgde, is sterker dan welke prijs dan ook en zal blijven tot ik dood of dement ben.

Ik hoop dat 2013 voor jou net zo mooi wordt als 2012 was voor mij. En dat ook jij geniet op het moment dat het meezit. Of dat nou in De Kuip, de ArenA, het IJsseldelta stadion of op een vlooienmarkt is. Van die beste

Misschien niet de beste, maar wel de belangrijkste

John Guidetti 1Na Dirk Kuyt kon eigenlijk geen enkele Feyenoord-spits echt overtuigen. Groeibriljant Luc Castaignos leek op weg om een waardige opvolger te worden toen hij voor het avontuur en het geld koos. Een seizoen lang met Excelsior-spits Guyon Fernandez in de punt van de aanval leek onvermijdelijk. En toen was daar John Guidetti.

In niets voldeed John Guidetti aan het klassieke beeld van een Feyenoorder. Al bij binnenkomst had de Zweed met Italiaanse roots het over een mogelijk kampioenschap met de grote club Feyenoord. ‘Wij hoeven voor niemand bang te zijn’. Het leek alsof de huurling van Manchester City niet op de hoogte was van de afgelopen jaren, met het seizoen 2010/2011 als absoluut dieptepunt. We waren het seizoen daarvoor als tiende geëindigd John, als tiende. Van de achttien. En hij had het over een kampioenschap.

Zijn bravoure neigde naar arrogantie, zeker omdat hij in het begin alleen maar scoorde uit strafschoppen. Wat was dit voor jongen? Bij het publiek werd hij al snel mateloos populair. Zijn uitspraken waren misschien wel arrogant en hij blies behoorlijk hoog van de toren maar blijkbaar was dat iets wat het Legioen na al die jaren nodig had. De vaste nabeschouwing van Mario ‘We hebben geknokt en ik zie progressie ondanks deze 3-0 nederlaag tegen welke willekeurige club dan ook’ Been zorgde ervoor dat Guidetti’s bravoure in de smaak viel.

Guidetti eiste altijd het maximale, van zichzelf en van zijn teamgenoten. Het was precies wat Feyenoord nodig had. Een jong ventje, misschien een tikkeltje gek maar wel eentje die vertrouwen had en vertrouwen gaf. Met die malle John Guidetti in het veld stond je al 1-0 voor. En dan was daar nog de legendarische Klassieker van 29 januari. Een week lang leefde Rotterdam tussen hoop en vrees. Haalt Guidetti het wel of haalt Guidetti het niet?

Guidetti haalde het, en hoe. Met een hattrick was hij er hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor dat de eeuwige rivaal uit Amsterdam voor het eerst in zes jaar weer eens verslagen werd. Wie eerlijk is moet toegeven dat Guidetti die dag niet goed speelde. Hij versierde een strafschop, schoot deze zelf binnen; kreeg met geluk de 2-1 voor zijn voeten en bij de allesbeslissende 4-2 kreeg hij de bal gelukkig mee. Maar hij maakte hem wel.

En door zijn treffers leek Feyenoord te zijn bevrijd. Bevrijd van een jarenlange angst voor de rivaal. Feyenoord telde weer mee. Feyenoord werd, veelal zonder Guidetti, tweede. Na jaren van wanprestaties en financiële malaise scheen de zon weer eens in Rotterdam. Er waren betere voetballers dan John Guidetti, alleen op middenveld van Feyenoord stonden er met El Ahmadi, Bakkal en Clasie al drie. En in het verleden waren er veel betere spitsen. Maar de arrogantie en bravoure van de Zweed, zoals je die normaal alleen in Amsterdam vindt, was blijkbaar precies wat Feyenoord nodig had.

Mea culpa, Graziano

Graziano PelleOp de valreep gaat het dan toch nog gebeuren. Mijn vaders hoogtepunt van 2012: ik geef een fout toe en zal daarvoor zelfs mijn excuses aanbieden. Laten we voorop stellen dat het de eerste fout is die ik dit jaar gemaakt heb, maar dat geheel terzijde. Mijn fout: Graziano Pellè.

Een fout toegeven is makkelijker als je plezier beleeft aan het maken ervan en dat is in dit geval zeker zo. Toen Pellè kwam was ik op zijn zachtst gezegd sceptisch. De komst van Angelos Charisteas een paar jaar eerder heb ik met meer gejuich begroet. Hoe anders is dat nu, amper vier maanden verder. Nou stond ik niet alleen in mijn scepsis. Het hele land vond het een rare manoeuvre van het altijd geprezen duo Koeman en Van Geel.

Wat kon die Italiaan nou toevoegen aan Feyenoord? Hij had nog nooit meer dan tien goals in één seizoen gemaakt. Dit was er eentje voor in het rijtje Soren Larsen (wie?), Fedor Smolov (wie?) en Angelos Charisteas (oh ja, die…).

Maar al snel bleek de Italiaan iets te bezitten wat zijn voorganger John Guidetti mistte; voetballend vermogen. Guidetti was een killer, een aanjager. Vaak scherp voor de goal maar ook vaak niet. Met de komst van Pellè werd een heel ander soort voetbal mogelijk. Eindelijk maakte Feyenoord zelf het spel in plaats van toe te moeten slaan uit de counter.

Hét voorbeeld kwam in de Klassieker. Ik moet eerlijk zeggen dat die wedstrijd mij een stuk minder boeide dan voorgaande jaren. Toen leefde het vooral omdat we eindelijk weer eens moesten winnen. Dit keer stond de laatste zege nog zo scherp in mijn geheugen dat het belang een stuk minder groot leek. Zo mooi, zo belangrijk en zo emotioneel als op 29 januari zou het toch niet  worden.

Maar het werd wel de dag dat Graziano Pellè aan zijn voorganger liet zijn dat hij niet meer gemist werd. Pellè ontving, hield vast en stuurde mensen weg. Hij speelde beter dan Guidetti het jaar ervoor had gedaan. Met één klein verschil: Guidetti had er drie gemaakt.

De tijd verstreek en hoe zeer Feyenoord ook aandrong en via Verhoek en Immers kansen kreeg om te winnen, vlak voor tijd stond het 1-2. Martins Indi kreeg de bal, tikte wat rond met Jordy Clasie en gooide hem toen maar in de zestien. Pellè zag de bal komen, controleerde hem op zijn bovenbeen en schoot verwoestend binnen, 2-2. De Kuip ontplofte en Guidetti sprong op voor zijn opvolger die zijn ijzersterke lichaam toonde aan 48.000 uitzinnige Feyenoorder.Pelle Klassieker

Nog geen twee minuten later had hij zelfs de 3-2 op zijn hoofd maar Vermeer redde de Amsterdammers. Dat deed niets af aan de prestatie van Pellè. Ook hij past, net als Guidetti, op het eerste oog totaal niet bij Feyenoord. Het haar altijd strak in model, iets te modieuze kleding. Eigenlijk gewoon veel te knap en ijdel voor een Feyenoorder. Maar hij bewees een ieders ongelijk. Grazie, Graziano

Heimwee naar Otman Bakkal

Bakkal KlassiekerHet begon met een klein artikel. ‘Bakkal mag na half jaar vertrekken uit Moskou’. Veel meer aandacht kwam er niet. Maar het is genoeg om mij met weemoed terug te laten denken aan één van de belangrijkste spelers van het voorgaande seizoen.

Toegegeven, Lex Immers scoort vaker dan ik vooraf had verwacht. Maar als je zijn zes benutte strafschoppen niet meerekent (Bakkal nam immers ook geen strafschoppen) dan staat de Hagenees op vier treffers uit achttien wedstrijden. Otman Bakkal scoorde negen keer in 29 wedstrijden. Het is dus nog maar de vraag of Immers dat aantal zou hebben gehaald als hij niet de vaste strafschoppennemer van Feyenoord was. Maar al zou hij al die gemiste kansen wel afmaken, dan nog zou Immers in mijn ogen nooit kunnen tippen aan Bakkal.

En dat zeg ik niet, zoals veel supporters, omdat hij uit Den Haag komt. Dat zal mij echt aan mijn reet roesten. Ik zeg dat omdat Otman Bakkal een speler was waarvoor ik naar het stadion kwam; slim, sluw en met een opvallende traptechniek. Over de bal heen gebogen duwde hij het ronde ding vaak richting een ploeggenoot of verre hoek. Het is een trap die je zelden ziet en die daarom juist zo mooi is.

Nee, Bakkal is geen Iniesta of Scholes. Maar op zijn eigen manier was hij wel één van de beste middenvelders van de Eredivisie en één van de smaakmakers van Feyenoord. Hij liet het elftal beter voetballen, iets wat tot op heden van Immers nog niet gezegd kan worden. Lex Immers lijkt dan weer veel meer op de klassieke Feyenoorder. Mouwen opstropen en werken. Maar wat Immers vooral mist ten opzichte van Bakkal is sluwheid. Ja, Immers laat zich vaak opzichtig vallen en krijgt dan wonder boven wonder de vrije trap mee, maar Immers weet ook maar al te vaak met een onhandige en onnodige overtreding de vrije trap tegen te krijgen.

Wat er in de toekomst zal gebeuren met Otman Bakkal is nog onduidelijk. Ik zie hem het liefst vandaag nog een contract tekenen in Rotterdam-Zuid. Als hij wil voor de rest van zijn carrière. Want behalve slim was Bakkal ook vaak beslissend. Hij besliste de Klassieker met een bekeken schuiver. Door hem stond ik als een klein kind te springen met de tranen in mijn ogen en de grootst denkbare brok in mijn keel. Ik probeerde te schreeuwen van geluk maar kwam niet verder dan een piepend ‘ja’.

Bakkal AZ1Het was ook zijn gelijkmaker die ervoor zorgde dat Heerenveen wel ruimte moest geven aan Feyenoord. Was die niet gevallen dan zouden de Friezen nog gaan voor de 2-0. Het was ook zijn treffer, een week eerder, die ervoor zorgde dat Feyenoord won van AZ.

Binnenkant paal vloog de bal er in. De Kuip ontplofte zoals dat eigenlijk alleen kan in wedstrijden tegen de aartsrivaal. Het leverde mij een pijnlijke knie op omdat ik van vreugde tegen de boarding voor mij schopte, maar het is een herinnering die ik nooit meer vergeet. En ik vraag me af of Lex Immers mij ooit zo’n moment gaat geven. Ik hoop het, maar tot die tijd zal ik blijven denken aan Otman Bakkal; de meest ondergewaardeerde Feyenoorder van het succesvolle jaar 2012.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑