Interview met Stefan Popa

Schrijver Stefan Popa (1989) debuteerde in 2014 met de roman Verdwenen grenzen. Het boek werd onder andere door Jeroen Vullings en het DWDD-boekenpanel geprezen. Nu, twee jaar later, verschijnt alweer zijn derde roman: De verovering van Vlaanderen. Een Don Quichot-achtig boek; ambitieus, grappig en ook een tikkeltje vreemd. “Er zit in alle drie de boeken humor en zelfspot, maar verder ga ik alle kanten op.”

Waar gaat je nieuwste boek, De verovering van Vlaanderen, over?
Over Alco van Puffelen, een heel fijn personage, vind ik zelf. Hij heeft nooit iets bereikt in zijn leven, mede door de centen van zijn vader. En dan, tijdens een lunch met diezelfde vader, draait hij door. Hij stapt op – nou ja, hij ontsnapt door het raampje in het toilet – en maakt zich op om Vlaanderen te veroveren, om zo een plaats in de geschiedenisboeken te krijgen.

Jouw hoofdpersoon is, kunnen we wel stellen, een beetje wereldvreemd. Hij is er heilig van overtuigd dat zijn missie de Nederlanden gaat redden. Hoe ben je op dat idee gekomen?
Ik heb drie, vier jaar geleden pas Don Quichot gelezen en dit is natuurlijk een beetje een Don Quichot-thema; een gek die de wereld wil verbeteren. Eigenlijk ben ik gaan schrijven vanuit frustratie over romans, of literatuur, en dat kan je nog wel terugzien in de eerste pagina’s. Ik denk dat ik destijds zelf gefrustreerd was over Verdwenen grenzen, en politiek gedoe rond A27. Toen dacht ik: ik kan nu een standaardroman schrijven, óf ik kan een knettergek personage neerzetten, die alles kan maken wat hij wil. Bijvoorbeeld: na zijn ontsnapping komt Alco bij zijn huis, ziet een groep Aziatische toeristen staan en toen liet ik hem stilstaan, naar die toeristen kijken en hij dacht dat het ninja’s waren. Dat kwam in me op, ook al sloeg het helemaal nergens op. Dan stormt hij op de toeristen af en probeert er eentje in de gracht te gooien. Op dat moment had ik de toon te pakken en wist ik dat ik er een heel boek mee vol kon schrijven. Gek, grappig, en soms totaal over de schreef.

“Toen dacht ik: ik kan nu een standaardroman schrijven, óf ik kan een knettergek personage neerzetten.”

Je noemde net zelf al Don Quichot en net als Don Quichot is Alco in zijn missie een soort roepende in de woestijn. Hij heeft het zelf niet door, maar niemand wil echt naar hem luisteren. Hoe moeilijk is het om dat gevoel op papier te krijgen?
Ik vond het een uitdaging om het zo op te schrijven dat je als lezer meteen doorhebt dat niemand hem serieus neemt, maar Alco is de ik-persoon, dus hij moet wél het gevoel hebben serieus te worden genomen. Dat zit dan vooral in kleine details, of kleine reacties van andere personages op Alco. Hij staat bijvoorbeeld een keer op een podium in Antwerpen en heeft het over hoe de Franstaligen de Vlamingen onderdrukken, dan vraagt hij ‘willen jullie hier meer van?’, waarop iemand uit het publiek roept ‘alsjeblieft niet!’. Hij ziet dat als steunbetuiging voor zijn missie, maar het is natuurlijk een afkeurende reactie op hem.

En in hoeverre is je manier van schrijven, je werkwijze, anders dan bij je voorgaande boeken?
Mijn eerste roman ging over het vroegere Roemenië, dus je zou denken dat ik toen het meeste research heb moeten doen. En dat was ook een hoop, maar ik heb eigenlijk nog nooit zoveel research gedaan als nu. Ik heb weken door Vlaanderen gereisd, ik heb heel veel boeken gelezen over Vlaanderen, uit Vlaanderen. Dat was allemaal belangrijk voor de toon. Een komisch verhaal schrijven is echt het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. Wat jij grappig vindt, vind ik niet grappig, of misschien ook wel. Maar dat is echt lastig, om een grap goed op papier te krijgen.

Heb je daarin ook weleens getwijfeld?
Ja, en dat heb ik nog steeds wel. Ik krijg vanuit mijn omgeving de bevestiging dat het goed en leuk is, maar ik ben er nog steeds niet helemaal uit of dat ook echt zo is. En het klopt dat het ambitieus is. Ik wilde het eens een keer klein houden, maar het is weer ontploft.

“Een komisch verhaal schrijven is echt het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan.”

Heb je met het schrijven in de ik-vorm, en de afwisseling die dat geeft ten opzichte van je eerdere romans, ook een bewuste keuze gemaakt met het oog op je oeuvre?
Ik wil niet graag een stempel opgedrukt krijgen nee. Dat gevaar lag met mijn eerste roman natuurlijk wel een beetje op de loer. Ik ben een Nederlandse Roemeen die een roman over Roemenië schreef, dus media bellen mij als er iets in Roemenië gebeurt. Dat heb ik met A27 dan al doorbroken, doordat dat verhaal zich volledig op een Nederlandse snelweg afspeelt. En nu dus weer iets heel anders, dus ik wil niet graag in één hokje zitten. Maar goed, dat zeg ik nu, misschien is het ook wel gewoon dat ik nog aan het zoeken ben wat mij het beste past.

Heb je van de drie boeken die je geschreven hebt dingen geleerd, in de zin van wat jou het beste ligt?
Alle drie de boeken zijn me dierbaar. Ik heb met mijn debuut gemerkt dat ik wel een beetje structuur nodig heb, dus daarom plak ik tegenwoordig allemaal plakkertjes aan mijn muur waarop ik het plot heb uitgeschreven. Dat werkt heel goed. En er zit in alle drie de boeken humor en zelfspot, maar verder ga ik alle kanten op. Ze hebben allemaal een andere toon, het is allemaal een ander type boek.

De meeste schrijvers debuteren met een boek geschreven vanuit het ik-perspectief, maar jij doet dat pas bij je derde.
Klopt. Ik was sowieso wat dwars in het begin. Verdwenen grenzen was voor mij in die tijd te groot. Ik wilde te veel, ik wilde van alles. Als ik dat boek nu zou schrijven, zou ik zeker een derde weglaten, en het boek wellicht heel ergens anders laten eindigen. Wat dat betreft leer je altijd weer van elk boek.

“Dat zou een beetje zijn als een Zaanse treitervlogger die Eminem gaat dissen in de hoop een reactie te krijgen.”

Je hebt eerder weleens gezegd dat je tijdens de afsluiting van het ene boek alweer bezig was met het volgende boek. Heb je dat nu ook?
Nee, nu is het stil. Ik zat te wachten tot het boek verschijnt. Dat is ook wel fijn. Dan kun je het voorgaande boek ook even verwerken. Na mijn debuut was ik het echt even zat, dat historische, dat grootse. Dus toen wist ik wat ik daarna wilde: snel, vluchtig, modern. En daarna wilde ik in de ik-persoon schrijven, daar kwam dit boek uit. Nu heb ik niets, behalve dat ik weet dat ik het klein wil houden. Nú echt.

In dit boek haal je vier bestaande Vlaamse schrijvers aan, Herman Brusselmans, Dimitri Verhulst, Tom Lanoye en Kristien Hemmerechts. Hoe lang heb je erover nagedacht of je dat wel zou moeten doen?
Ik ben er nog steeds niet over uit of dat zo slim is. Maar het is een eerbetoon. Ik heb voor alle schrijvers veel respect, zeker voor die vier. Als schrijver ben je, helemaal als je zo groot bent als deze vier, ook wel een beetje een publiek persoon. Brusselmans voert ook weleens bestaande personen op in zijn boeken, dus ik denk dat hij het wel oké vindt. En wat ik ook belangrijk vind: ze worden niet belachelijk gemaakt. Zij zitten daar gewoon als zichzelf en er is niet echt een reden om gekwetst te zijn. Het is niet dat ik er een groot orgie van maak. En het is gewoon zo gekomen. Ik heb dit niet uit stupide marketingoverwegingen gedaan, anders had ik ze wel allemaal gekke dingen laten doen om de aandacht te trekken. Dat heeft ook helemaal geen zin. Ik ben maar Stefan Popa, dat zou een beetje zijn als een Zaanse treitervlogger die Eminem gaat dissen in de hoop een reactie te krijgen. Dat werkt niet.

‘De verovering van Vlaanderen’ ligt nu in de boekhandel.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: