Tot de sloop ons scheidt (juni 2013)

Ik ben een Feyenoorder. En Feyenoorders zijn een apart slag volk, masochisten in de meest pure vorm. Ze weten dat ze vaker teleurgesteld worden dan dat ze reden hebben om te lachen. Ze weten dat ze vaak het lachertje van de Eredivisie zijn en daar zijn ze nog trots op ook. Ik ben een Feyenoorder, een masochist. En daar ben ik trots op.
Nog wel.

Het afgelopen seizoen was er, zoals altijd, heel even de hoop op een kampioenschap, dat er, zoals altijd, niet kwam. Dat is Feyenoord. Hopen, hopen maar het zelden krijgen. Het maakte mij niet uit. Niet omdat we in het voorgaande jaar al zoveel dierbare herinneringen hadden opgebouwd – ook dat -, maar vooral omdat er achter de schermen een veel belangrijkere strijd gaande was. Het bestuur van Feyenoord en dat van De Kuip willen namelijk een nieuw stadion. De Kuip zou ‘op’ zijn.
Op.
Vanaf het moment dat ik dat hoorde werd voetbal ondergeschikt. Ik kon me niet langer druk maken over wel of geen buitenspel, over een bestuur dat een miljoen uitgeeft aan miskopen als Lex Immers. Dat alles was niet meer relevant toen het Feyenoordbestuur het fundament onder mijn club vandaan wilde halen.
De Kuip was voor mij, en vele andere Feyenoorders, dé reden om voor Feyenoord te worden. Niet het verleden van de club, vol met Europese overwinningen en prachtige verhalen, trok mij aan, maar het stadion. De vibrerende tribunes van De Kuip waren mijn thuis geworden.
“Van het verleden kun je niet vreten,” zegt Feyenoord-directeur Eric Gudde in een poging om het belang van een nieuw stadion duidelijk te maken.
Ik hoor het aan, denk terug aan de jaren dat mijn vader en ik om de andere week van Friesland naar Rotterdam reisden om onze club te zien en voel woede opkomen. Woede om een stadion. Maar waarom, het is toch maar een verzameling van beton en ijzer?

Mijn opa, een echte Rotterdammer die ooit nog meehielp met de renovatie van De Kuip, was al langer ziek. Op 5 februari 2006, toen Feyenoord van Ajax won, lag hij in een kunstmatige coma. Ik wilde dat niet geloven, niet beseffen. Het zou goed komen. Mijn opa zou weer wakker gemaakt worden, vragen welke datum het was en ik zou hem vertellen dat het 2006 was, dat Feyenoord nog steeds kampioen kon worden en dat alles goed zou komen. Maar de waarheid was dat ik doodsbang was om mijn opa te verliezen.
Hij lag in een ziekenhuis in Gouda en wij maakten ons een kilometer of dertig verderop zorgen om een voetbalwedstrijd. Ik besefte ook wel dat het belachelijk was. Alles is vergankelijk, een voetbalwedstrijd al helemaal. En toch was het belangrijk. Juist toen was Feyenoord alles wat ik had.
In De Kuip hing een groot spandoek met daarop de tekst ‘Vecht, strijd en verneder de rivaal’. Dat gebeurde. Feyenoord was heer en meester en Ajax mocht van geluk spreken dat het slechts 3-2 werd. Vooral de 3-1 van Dirk Kuyt bleef me bij. Drie minuten na rust maakte hij aan alle onzekerheid een einde door snoeihard raak te schieten. Vrijwel direct na het laatste fluitsignaal waren we weg maar ik genoot van elke seconde, wetende dat ik snel weer met beide benen op de grond zou staan.

Nog geen veertig minuten later stond ik naast mijn opa’s bed.
Ik herkende hem wel, maar vaag. Hij was nog steeds mijn opa, de vader van mijn vader, maar hij lag volledig stil in een veel te troosteloos bed. In gedachten ging ik terug naar De Kuip, waar alles nog goed was.

In de maanden daarna ging het leven weer door. Mijn opa was aan de beterende hand en Feyenoord verspeelde het kampioenschap, zoals altijd. Maar dat maakte niet uit, want met mijn opa ging het goed.
De laatste wedstrijd die hij meemaakte was ook de laatste keer dat Feyenoord een prijs won. In 2008 won Feyenoord de beker, twee maanden later was mijn opa dood.

Ik heb mij vaak moeten verantwoorden voor het feit dat ik voor Feyenoord ben. Voor veel mensen is dat blijkbaar raar, dat je voor een club bent die vaak teleurstelt. Maar na die dag in februari 2006, toen Feyenoord van Ajax won, heb ik mij nooit meer afgevraagd waar die clubliefde vandaan komt. Het was net zo vanzelfsprekend als mijn achternaam. Ik heb hem geërfd van mijn vader die het weer van de zijne heeft. Clubliefde is geen weloverwogen keuze. Het gaat van generatie op generatie over.
Tussen Feyenoord en mijzelf is sindsdien een vreemd mechanisme gaande.
Op de momenten dat het goed gaat met mij, gaat het slecht met Feyenoord. Het leed van de voetbalclub doet mij op die momenten weinig omdat het met mij goed gaat. Maar omgekeerd geldt hetzelfde. Als het met mij slecht gaat, gaat het goed met Feyenoord en kan ik troost vinden in De Kuip.
In het seizoen 2010/2011 kende Feyenoord haar absolute dieptepunt.
De club speelde tegen degradatie en verloor op 24 oktober 2010 met maar liefst 10-0 van PSV, een grotere vernedering had ik nog niet meegemaakt. Drie dagen later was De Kuip volledig uitverkocht voor een wedstrijd tegen VVV. Bij geen enkele andere club zal je dat zien. Juist toen het slecht ging leefde de club als nooit tevoren, lieten mensen blijken hoe diep Feyenoord bij hen zat.

In het jaar dat volgde was het mechanisme weer van toepassing.
Feyenoord was onder leiding van Ronald Koeman en een onbekende Zweed met de naam John Guidetti de weg omhoog weer ingeslagen en met mij ging het kut. Een ander woord kan ik er niet voor bedenken. Een goede vriend kreeg een depressie en daardoor belandde ik in een draaikolk van neerslachtigheid en onmacht. Ik merkte dat ik werd meegesleurd in zijn negativisme. Dat ik ging nadenken over de zin van het leven, net als tijdens de ziekte van mijn opa, en dat ik, net als toen, tot de conclusie kwam dat die er niet is. Dat het een zinloos gevecht is dat alleen de moeite waard is als je daarmee om kan gaan. En ik kon dat niet.
Hoezeer ik het ook probeerde, er leek gewoon geen uitweg uit alle ellende.
Alleen op zondag was er geen plaats voor negativiteit. Want dan speelde Feyenoord en voor het eerst in jaren stond dat niet meer gelijk aan teleurstellingen maar aan vrijwel zekere overwinningen.
Tussen Vitesse-uit (0-4 winst) en RKC-uit (1-2 winst) leek mijn leven te veranderen. Vanuit het niets gooide een bejaarde man zijn auto op mijn weghelft. Een seconde eerder en ik had iemand doodgereden. Drie seconden eerder en hij had mij fataal geraakt. Met al het geluk van de wereld stapten wij allebei zonder lichamelijk letsel uit de auto.
Een dag later was ik in het bezit van een (halve-)seizoenkaart. Het leven heeft weliswaar geen zin maar ik besefte wel dat ik ervan moest genieten, dat ik mij niet moest laten leiden door het negativisme van anderen. Aan mezelf had ik al genoeg.
En zo keerde ik terug in De Kuip, met Feyenoord-Ajax als openingsduel.

29 januari 2012 werd de mooiste dag uit mijn Feyenoord-leven. Feyenoord kan nog tien keer winnen van Ajax, kampioen worden of zelfs de Champions League winnen maar dan nog kan het niet op tegen de euforie van die dag. Al maanden stond alles in het teken van die ene wedstrijd.
“Als het één keer kan, dan is het nu wel.” Ik heb die zin in de aanloop naar Feyenoord-Ajax vaker gehoord dan me lief is. Als ik in de loop der jaren iets had geleerd was het dat na een dergelijke uitspraak teleurstelling op de loer lag. Nou was ik teleurstelling inmiddels gewend maar als ik op dat moment iets niet kon gebruiken was het wel een nederlaag tegen de aartsrivaal.
Het begin was verre van voorspoedig.
Feyenoord speelde slap en via de counter waren de Amsterdammers gevaarlijk, kwamen ze zelfs voor. Niet weer…
Nee. Niet weer. Feyenoord rechtte de rug, vocht zich terug in de wedstrijd en kreeg van scheidsrechter Kuipers een penalty cadeau. Guidetti maakte gelijk en daarna kwam Feyenoord eigenlijk geen moment meer in de problemen. Guidetti scoorde vlak voor rust de 2-1 en toen Bakkal vier minuten na rust de 3-1 maakte was ik mijn stem allang verloren.
Vanaf het moment dat de bal zijn voet verliet wist ik dat het de beslissing zou zijn, dat het vandaag mee zat en niet meer mis zou gaan. Ik dacht aan de afgelopen maanden, die vol zaten met ellende, en aan de jaren zonder mijn opa. Alle emotie kwam naar boven op dat moment, in dat ene doelpunt.
Na afloop, Ajax kwam nog terug tot 3-2 voor Guidetti er 4-2 van maakte, brak een volksfeest los in De Kuip. Alle toeschouwers bleven zitten en juichten voor hun helden. Aanvoerder Ron Vlaar pakte de microfoon en schreeuwde alle frustratie van zes mislukte jaren eruit. Zes jaar lang niet winnen van de grote vijand uit de hoofdstad. Zes jaar lang teleurstellingen, vernederingen.
Het maakte allemaal niet meer uit.
Voor nu was alles weer even goed.

Ik keek om me heen, probeerde elke huilende man of vrouw in me op te slaan en mijn blik bleef hangen bij een spandoek. ‘Strijd, vecht en verneder de rivaal’ hing daar zes jaar geleden. De tijden zijn veranderd. Dirk Kuyt is weg, mijn opa dood en eigenlijk was alles tussen 5 februari 2006 en 29 januari 2012 kut. Voor mij, en alle Rotterdammers, Feyenoorders, om mij heen.
De Kuip is de enige plek waar ik nog in de buurt kan komen van mijn opa. Aan dit imposante bouwwerk, het mooiste voetbalstadion van Nederland, van de wereld misschien wel, heeft hij meegewerkt. Hier praten de mensen net zoals hij, hier ligt een gedeelte van mijn familiegeschiedenis. Een geschiedenis die bij hem begon en via mijn vader werd doorgegeven aan mij.
Precies op de plaats waar zes jaar geleden een zelfverzekerde tekst hing hangt nu een strijdvaardig doek:
Wij zijn Rotterdammers, wij houden vol’.
Nooit opgeven, altijd strijden. En ooit, al is het maar voor één dag, word je beloond. Dan trilt het stadion omdat alleen De Kuip daadwerkelijk kan trillen. Omdat de tribunes van het Feyenoord-stadion aan een stalen constructie hangen. En hoewel het niet altijd veilig voelt, geeft een trillende Kuip het mooiste gevoel dat er bestaat. Nergens besef je beter dat je leeft dan daar. Alle emotie en frustratie die zich laten gelden in een wedstrijd tegen Ajax zijn zo mooi, zo waardevol, dat je er jaren mee vooruit kan.

Maar die dag ligt al ruim een jaar achter ons. In dat jaar ging het niet over emotie, gevoel of herinneringen die je voor altijd met je mee zal nemen. Het ging alleen maar over geld. Over het feit dat Feyenoord De Kuip moet verlaten omdat de vijfde plaats en een incidentele overwinning op Ajax anders het logische gevolg zullen zijn.
Want, zo redeneert het bestuur, dat Feyenoord minder geld heeft dan Ajax, PSV, Vitesse en FC Twente ligt puur en alleen aan het stadion. Het bestuur verdraait de werkelijkheid, weigert te kijken naar eigen falen en schuift alles af op het feit dat De Kuip op zou zijn. Ajax, de rijkste club van het land behaalde in 2011/2012 een omzet van 104.1 miljoen euro, tegenover 38.7 miljoen euro in Rotterdam.
Uit het stadion, de ArenA, haalde Ajax 23.8 miljoen euro. Feyenoord neemt alleen de inkomsten uit reguliere seizoenkaarten mee in hun jaarverslag. Die omzet ligt met 7.2 miljoen lager dan de 11.6 miljoen die Ajax genereert. Logisch, want Ajax heeft 12.000 seizoenkaarten meer verkocht.
Over de inkomsten uit business seats en skyboxen weigert Feyenoord open te zijn. Maar al zouden die inkomsten er überhaupt niet zijn, dan nog verklaart het niet het verschil tussen de ruim honderd miljoen euro van Ajax en de krappe veertig van Feyenoord.
Maandenlang was ik boos, verontwaardigd. Schreef ik hatelijke columns waarin ik antwoorden eiste op vragen die journalisten niet wilden stellen. Ik haal mijn hoop uit het feit dat veel supporters mijn visie delen. Dat zij een meer dan kritische houding hebben tegenover de leugens die door het bestuur van Feyenoord en De Kuip worden verspreid.
Dat zij zich afvragen wat het belang is van de bestuurders die toevallig vrienden hebben met aandelen in het bouwbedrijf dat het nieuwe stadion moet gaan bouwen. Men vraagt van de gemeente Rotterdam een garantstelling ter waarde van 165 miljoen maar heeft nog geen enkele schets gemaakt van hoe het stadion eruit moet zien. “Hier, ga akkoord met deze illusie van een plan, vertrouw ons maar.” Ik vertrouw ze voor geen meter.
Een nieuw stadion staat niet gelijk aan goede resultaten, aan successen. Ajax’ meest succesvolle periode was net voor de Amsterdammers naar de ArenA verhuisden. Daarna volgden veertien magere jaren. Zeker een nieuw stadion, dat meer dan driehonderd miljoen moet kosten en waarbij de inkomsten naar het stadion gaan, en niet naar de club, is enkel riskant. Feyenoord wordt gegijzeld door de eigen directie.

Nee, Feyenoord is niet de meest succesvolle club van Nederland. En het bestuur heeft gelijk. In De Kuip zoals die nu is zal Feyenoord dat ook niet worden, daar is minstens een grondige renovatie voor nodig. Maar succes is niet waar ik Feyenoorder om ben geworden. Ik ben geen Feyenoorder omdat ik de illusie heb dat wij de beste zijn. De beste zijn is totaal niet relevant, het gaat om de dierbare momenten die je mee kan maken om iets dat zo onbenullig is maar toch zoveel betekent.
Hoe langer succes uitblijft, hoe zoeter het smaakt als het zover is. Ik had geen traan gelaten om de treffer van Bakkal als Feyenoord elk jaar van Ajax zou winnen. Juist de teleurstellingen, de nederlagen, vernederingen soms zelfs, maken dat Feyenoord mij zo dierbaar is. Dat ik tot in het diepst van mijn ziel geraakt word op het moment dat het eens een keer wél meezit.
Feyenoord is niet de beste club, maar het is wel mijn club. En Feyenoord is De Kuip. Zonder De Kuip is Feyenoord mijn club niet meer, is de essentie weg. Het is de club van het volk. Van niet zeiken over regen omdat het alternatief, een dak, nog erger is. Van niet modern, maar wel thuis. Hoe hard de club ook tornt aan de toekomst, het zal nooit de herinneringen kunnen uitwissen. Mijn herinneringen. Herinneringen aan de vader-zoon-momenten, aan mijn opa en zijn ziekte. Aan mijn verleden, mijn identiteit. Het is de plek waar ik met beide voeten op aarde werd gebracht toen het te goed ging. Waar ik kon juichen toen ik dat het hardst nodig had. De Kuip is waar ik leerde wat het leven inhoudt. Dat je soms wint, maar vaker verliest. Maar altijd blijf je doorgaan, blijf je vechten, want ooit zal de zon ook voor jou schijnen. En als dat moment er is, moet je er van genieten en het voor altijd onthouden.
Dat is Feyenoord.

Een gedachte over “Tot de sloop ons scheidt (juni 2013)

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: