Zeven over half elf

We reden ergens in Noorwegen. Bijna waren we bij de pont die ons naar Denemarken moest brengen, waarna het laatste deel van de terugreis zou worden voltooid. Het plan was om in het land van Borgen, Jon Dahl Tomasson en Lego nog te overnachten, maar plotseling is er haast. Zestien jaar oud ben ik en ik weet zeker dat ik op het punt sta voor de tweede keer een grootouder te verliezen.

Iedereen was rustig, hoopvol, behalve ik.

Ik zat achterin de camper en probeerde wat te schrijven. Tijdens de kleine twee weken dat we onderweg waren had ik meer dan vijftig A4’tjes volgeschreven voor wat ooit mijn debuutroman zou moeten worden, maar nu kreeg ik geen woord meer op papier. ‘Het gaat niet zo goed met pa.’ Dat waren de woorden van mijn oma, later ook uitgesproken door mijn tante. Terwijl ik terugdacht aan de dood van mijn andere opa, kwamen er tranen. Mijn vader kwam naar me toe zodra hij het merkte.

‘Het komt echt wel goed,’ zei hij.

‘Maar wat als het niet goed komt? Wat als we geen afscheid meer kunnen nemen?’

 

Vijf jaar eerder. Ik was tien, zou een paar weken later elf worden. Terwijl mijn klasgenoten op het schoolplein aan het spelen waren, wachtte ik in de lerarenkamer op telefoon uit Rotterdam. De nacht ervoor had ik bij een vriend geslapen, of eigenlijk hadden we vooral Tekken 3 gespeeld en geroddeld over de meisjes uit onze klas. Mijn ouders vonden het geen goed idee als ik mee zou gaan. Een dag eerder hadden ze mijn opa al gezien en ze wilden niet dat ik me hem zo zou herinneren.

Een week eerder zou ik eigenlijk bij hem op bezoek gaan. In de maanden ervoor waren we al vaak langs geweest. Ik herinner me vooral de leegte, hoe iedereen zocht naar woorden, naar houvast. Hoe mijn moeder ervoor of erna nog iets leuks wilde doen zodat we niet te veel met het leed zouden blijven zitten. Ik herinner me LeAnn Rhymes die op magische wijze elke keer als we hem bezochten op de radio voorbijkwam met Life goes on en hoe ik pas jaren later de ironie daarvan inzag. Zo vaak ik kon, ging ik mee. Maar die laatste keer dat ik zou moeten gaan, ging ik niet.

Terwijl mijn moeder en mijn broer braaf aan het ziekenhuisbed van mijn opa zitten, waren mijn vader en ik voor een persreis in Disneyland Parijs. Ook al was ik bijna elf, nergens kon je mij zo blij mee maken als een trip naar Disneyland. Nu voelde ik me schuldig.

Vijf weken geleden had ik mijn opa voor het laatst gezien, op nieuwjaarsdag.

Hij lag thuis, voor de verandering. Voor de openhaard was een ziekenhuisbed geplaatst. We zaten eromheen en ik was me vooral bewust van het tikken van de klok. Hij probeerde te praten, wat nauwelijks ging.

En nu zat ik in de lerarenkamer te wachten op het bericht dat ik voor het eerst iemand ben kwijtgeraakt. Iemand waar ik geen afscheid van had kunnen nemen omdat ik er de laatste keer dat ik hem zag van overtuigd was dat het goed zou komen. En vier weken later zouden we weer langs komen. Die afspraak verbrak ik, want Disneyland kon ik niet laten schieten.

Ik keek naar de klok.

Het was zeven minuten over half elf toen de telefoon ging.

 

Een ander ziekenhuis, mijn laatste opa. In de rit ernaartoe was ik alleen maar naar de klok op de autoradio aan het kijken. Ik probeerde mijn opa via een niet bestaand telepathische zender te smeken op ons te wachten. Om in ieder geval vol te houden tot wij er zouden zijn. Het idee om ook van deze opa geen goed afscheid te kunnen nemen omdat ik in het buitenland zat was ondraaglijk.

Maar wij kwamen aan en hij leefde nog.

Meteen toen ik hem zag wist ik echter instinctief dat het niet meer voor lang zou zijn. De sterke man die mijn opa was, die ondanks zijn pacemaker altijd was blijven fietsen, ook toen dat op een ligfiets moest, was veranderd in een lichaam aan apparaten. Ik was licht verkouden en wilde niet dichterbij komen, wilde niet dat hij door mij een infectie zou krijgen die hem fataal kon worden. Zonder kracht in zijn stem vroeg hij me, smeekte hij me, dichterbij te komen. Toen pas kon ik geloven dat dit het afscheid was.

Meer familieleden kwamen.

Mensen die ik om de zoveel maanden zag, mensen die ik slechts op de verjaardagen van mijn grootouders zag en mensen die ik al jaren niet meer had gezien. Zij herkenden mij, ik had geen idee. Het deed er ook niet toe.

Mijn oma, mijn ouders en mijn oom en tante bleven de hele tijd bij hem. Mijn broer, nichtje, neefje en ik bleven in de familiekamer. Daar kwamen de mensen die afscheid namen na afloop naartoe. Ze wensten ons sterkte en wij hen ook. Jaren hadden we elkaar niet gezien, nu zouden we elkaar twee keer in een week tijd tegenkomen. Op tv was de Tour de France te zien, de wielerronde waar hij altijd naar keek en waarbij ik meekeek, puur om naar zijn verhalen te kunnen luisteren. Mijn broer en ik gingen een wandeling maken. Hij kocht sigaretten en zwoor dat het zijn laatste pakje was. Daarna gingen we terug en was Fight Club te zien.

Ik keek afwisselend naar de tv en naar de klok.

Toen ik zag dat het zeven minuten over half elf was, kwam mijn moeder de kamer binnen. Zonder iets te zeggen, wisten we wat er zojuist was gebeurd.

 

Advertenties

SEIZOENSUITVERKOOP

De Eredivisie is afgelopen en zoals het – met uitzondering van vorig jaar – hoort, heeft Feyenoord er weer een teleurstellend jaar van gemaakt. We zijn ergens in maart al onttroond als landskampioen en hoewel de beker dit jaar van goud was, liet dit seizoen ons veelal terugdenken aan het vorige seizoen en vooral aan 14 mei 2017.

Zoals u waarschijnlijk wel bekend schreef ik in de nasleep van het kampioenschap mijn eerste boek over Feyenoord: Ons Feyenoord. Het boek is in steeds minder boekhandels nog te koop (goed teken) en hoewel het via Bol.com wel gewoon nog steeds te verkrijgen is, kan je het toch het beste bij de auteur zelf bestellen. Zeker omdat ik de laatste exemplaren van Ons Feyenoord in de uitverkoop doe.

Bij verschijning kocht ik een honderdtal exemplaren in om zelf te kunnen verkopen. Daarvan zijn er nu nog zestien over. Die zestien exemplaren gaan nu niet voor 14,95 (excl. verzendkosten) maar voor 12  euro (incl. verzendkosten) de deur uit.

Dus wil jij voor jezelf, je vader, je moeder, je broer, je zus, je neef, je nicht, je vriend of vriendin, je buurman of buurvrouw of voor je favoriete Ajacied/PSV’er/Superboer Ons Feyenoord kopen, stuur dan een bericht. Dat kan hieronder, maar anders kan je mij mailen via robertjandijkgraaf@gmail.com. Geef een gil en dan neem ik contact met je op.

Voor wie het boek ook is, ik schrijf er een persoonlijk bericht in. Wil je dat? Geen idee. Wil je dit boek zo goedkoop aanschaffen zodat je kan pronken met een Feyenoord-boek in je boekenkast? Ja. Dus reageer, mail, slide in DM, wat dan ook.

Uiteraard: op is op, dus wees er snel bij.

It was the best of times, it was the worst of times

Beneden op straat deed iedereen zijn of haar ding. Mensen liepen door de Koopgoot alsof het een dag was als alle anderen. Samen met mijn moeder zat ik in het restaurant van De Bijenkorf en keek ik naar al die mensen die niet door leken te hebben dat vandaag alles zou veranderen. Want dit zou de mooiste dag van het jaar zijn, de mooiste dag uit mijn leven tot nu toe. Mooier nog dan 14 mei, toen Feyenoord kampioen werd. Vrijdag 18 augustus, de dag van mijn eerste officiële boekpresentatie, de dag dat ‘Ons Feyenoord’ echt uitkwam. Oké, het boek lag al bijna twee weken in de winkels en had al een tweede druk (na anderhalve dag), maar om het symbolische eerste exemplaar in Rotterdam te mogen overhandigen aan de man die als eerste Nederlander ooit de Europa Cup 1 mocht optillen, was toch echt de kers op de taart.
Ik had hier al zo vaak gezeten. Hier had mijn oma tot haar pensioen gewerkt, kwamen we met het gezin als we in de zomer in Rotterdam gingen winkelen, naar het Maritiem Museum gingen of de Euromast beklommen. Altijd gingen we ook even langs De Bijenkorf om wat te drinken en te kijken naar die mensenmassa beneden op de Coolsingel en het Beursplein.
Maar nu was alles anders. Doorgaan met het lezen van “It was the best of times, it was the worst of times”

Leven met Feyenoord

Afgelopen zondag zat ik ineens in een online talkshow. Het was de eerste aflevering van de volledig op Feyenoord gerichte talkshow ‘Leven met Feyenoord’ en ik mocht daar lullen over mijn boek en over Feyenoord in het algemeen. Ontzettend leuk om te doen, hopelijk ook leuk om naar te kijken. Of dat ook echt zo is, kan je beoordelen door hier de aflevering terug te kijken.

Leven met Feyenoord

Boekpresentatie ‘Ons Feyenoord’

Vrijdag 18 augustus vond in boekhandel Snoek (Meent 126, te Rotterdam, gaat daarheen) de boekpresentatie plaats van Ons Feyenoord. Rinus Israel, de man die als eerste Nederlander de Europa Cup 1 en de Wereldbeker omhoog mocht tillen, kreeg het eerste exemplaar. Het boek is er, de tweede druk is er en mijn speech zie je hier.

Rinus Israel - Presentatie

 

Ons Feyenoord

Sinds augustus ligt mijn eerste ‘echte’ solo-boek in de winkel: Ons Feyenoord. Waar het over gaat? Nou, dit, zo’n beetje:

Dit boek geeft het definitieve antwoord op de vraag: wat maakt Feyenoord tot Feyenoord? Wanneer en vooral waarom worden mensen supporter van deze Rotterdamse club? Wat is toch de aantrekkingskracht dat een voetbalclub zo’n prominente rol speelt in de levens van honderdduizenden mensen in binnen- en buitenland? En wat zorgt ervoor dat zoveel mensen – jong en oud, man en vrouw – een haast religieuze liefde voor de club uit 010 hebben?

Ons Feyenoord legt voor Feyenoorders én voor niet-Feyenoorders de ziel bloot van de meest markante club met de trouwste aanhang van ons land.

Ons Feyenoord gaat over alle tradities die voor de supporters de club meer maken dan een gewone voetbalclub. Over de culthelden en de zanger met de gouden microfoon. Over de haat voor 020, de liederen en over het vloeken op de eigen club. Maar ook de grote successen komen aan bod, en de pijnlijke nederlagen. De bekende spelers en de bekende niet-spelers. En natuurlijk over De Kuip, het stadion dat onder supporters voor zoveel verdeeldheid zorgt.

Het ligt inmiddels in de betere boekhandel (zoals boekhandel Snoek aan de Meent in Rotterdam, waar de boekpresentatie was) en is online te bestellen. Ook bij mij. Wil je het cadeau geven aan iemand of wil je voor jezelf een handtekening in het boek; dat kan. Stuur me via welk kanaal dan ook een bericht, of vul hieronder in hoeveel exemplaren je wil hebben, waar het naartoe moet en of er nog een speciale boodschap in moet.

Het boek kost, inclusief verzendkosten, €16,95.

 

 

Briefje aan de ouwe,

Mag ik je nog ouwe noemen, ouwe? Of is het voortaan meneer de Lijsttrekker? Tot de leden daarover gestemd hebben laat ik het nog even bij ouwe. Ouwe, wat een dag. Het is afgelopen zaterdag al uitgelekt, maar vandaag is dan de officiële start van GeenPeil. Vanmiddag voor al die vrijwilligers van het Leger des Peils onthullen jullie de plannen en al snel zal het hele land ervan op de hoogte zijn.

Uiteraard gaat het al voor die plannen bekend zijn vooral over dingen die niets met de plannen te maken hebben. Weer een splinterpartij. Weer een rechtse partij. Al die ego’s. Al die ijdelheid. Juist bij de partij waarbij het totaal niet gaat om de poppetjes, was de kritiek dit weekend meteen persoonlijk. Want jij bent een kale, ‘witte’ man van middelbare leeftijd en dat moeten we natuurlijk niet hebben, daarvan zijn er al teveel. Dus kreeg je een hoop persoonlijke kritiek over je heen. Ik probeer het niet te lezen, want inhoudelijke argumenten zitten er nooit tussen en je weet dat ik onredelijk boos kan worden van onredelijkheid.

Het zijn ook altijd dezelfde mensen die losgaan. Mensen die tegen populisme zijn, maar al acht jaar lang kritiekloos juichen bij elke ademhaling van Barack Obama en nu massaal achter ‘Hoop moet winnen van de angst!’-roeper Jesse Klaver aanlopen. Mensen die voor verdraagzaamheid zijn, maar in homohater Fidel Castro een verzetsheld zien. Mensen die tegen racisme zijn, maar geen kritiek durven uiten op Erdogan. En dan is er natuurlijk nog de Leider van het Loserleger, de schoolkrantredacteur, de man die mij en Pim dood wenste omdat we nou eenmaal voortvloeien uit jouw zaad. Hij zal zijn kneusjes oproepen om nog meer bagger uit te kotsen. En weet je wat? Laat ze lekker. Doorgaan met het lezen van “Briefje aan de ouwe,”

Interview met Stefan Popa

Schrijver Stefan Popa (1989) debuteerde in 2014 met de roman Verdwenen grenzen. Het boek werd onder andere door Jeroen Vullings en het DWDD-boekenpanel geprezen. Nu, twee jaar later, verschijnt alweer zijn derde roman: De verovering van Vlaanderen. Een Don Quichot-achtig boek; ambitieus, grappig en ook een tikkeltje vreemd. “Er zit in alle drie de boeken humor en zelfspot, maar verder ga ik alle kanten op.”

Waar gaat je nieuwste boek, De verovering van Vlaanderen, over?
Over Alco van Puffelen, een heel fijn personage, vind ik zelf. Hij heeft nooit iets bereikt in zijn leven, mede door de centen van zijn vader. En dan, tijdens een lunch met diezelfde vader, draait hij door. Hij stapt op – nou ja, hij ontsnapt door het raampje in het toilet – en maakt zich op om Vlaanderen te veroveren, om zo een plaats in de geschiedenisboeken te krijgen.

Jouw hoofdpersoon is, kunnen we wel stellen, een beetje wereldvreemd. Hij is er heilig van overtuigd dat zijn missie de Nederlanden gaat redden. Hoe ben je op dat idee gekomen?
Ik heb drie, vier jaar geleden pas Don Quichot gelezen en dit is natuurlijk een beetje een Don Quichot-thema; een gek die de wereld wil verbeteren. Eigenlijk ben ik gaan schrijven vanuit frustratie over romans, of literatuur, en dat kan je nog wel terugzien in de eerste pagina’s. Ik denk dat ik destijds zelf gefrustreerd was over Verdwenen grenzen, en politiek gedoe rond A27. Toen dacht ik: ik kan nu een standaardroman schrijven, óf ik kan een knettergek personage neerzetten, die alles kan maken wat hij wil. Bijvoorbeeld: na zijn ontsnapping komt Alco bij zijn huis, ziet een groep Aziatische toeristen staan en toen liet ik hem stilstaan, naar die toeristen kijken en hij dacht dat het ninja’s waren. Dat kwam in me op, ook al sloeg het helemaal nergens op. Dan stormt hij op de toeristen af en probeert er eentje in de gracht te gooien. Op dat moment had ik de toon te pakken en wist ik dat ik er een heel boek mee vol kon schrijven. Gek, grappig, en soms totaal over de schreef. Doorgaan met het lezen van “Interview met Stefan Popa”

Dirk, opa en ik

Tien jaar geleden, op 23 april 2006, werd Feyenoord in de Kuip door Ajax vernederd. Het was niet de eerste keer, het zou niet de laatste keer zijn. En toch, als ik nu terugdenk aan die wedstrijd, was het lange tijd de meest cruciale, de meest pijnlijke. Want het vormde een keerpunt in mijn Feyenoorder-schap. Die dag was heel Rotterdam er namelijk van overtuigd dat Dirk Kuyt, mijn held, zijn laatste wedstrijd als Feyenoorder had gespeeld. Het was al niet veel, en het zou alleen maar minder worden.

Opa
‘Vroeger,’ begon mijn opa haast al zijn verhalen. ‘Toen was voetbal nog een echte mannensport. Je had gasten als Van Hanegem, Laseroms, Israël, dat waren echte kerels. Als je daarlangs ging kreeg je een schop.’ Het zijn zinnen die iedere Feyenoorder geboren na 1970 te horen zal hebben gekregen van de generatie die de glorietijd wel heeft meegemaakt. Zo ook ik. Ik las liever boeken dan dat ik een bal moest aanraken, maar als opa sprak luisterde je. En door zijn verhalen over Feyenoord begon het te klinken als iets moois, iets waar je onderdeel van wilde zijn, iets wat je meegemaakt wilde hebben. ‘Maar tegenwoordig zijn het allemaal van die mietjes. Ik kijk hoogstens een samenvatting, negentig minuten trek ik niet. Nee, geef mij maar wielrennen.’

De liefde voor Feyenoord zat diep bij mijn opa. Maar het was een liefde die vooral gebaseerd was op het verleden. Net als mijn opa heb ik het talent om in het verleden te leven, om al met weemoed terug te denken aan iets terwijl het nog gaande is. Wij hebben de kwaliteit om iets te missen dat recht voor onze ogen staat, wat we letterlijk nog vast kunnen houden.

Voor een Feyenoorder die de gloriejaren heeft meegemaakt is het makkelijk om weemoed te kennen. Er valt daadwerkelijk iets te missen. Je hebt succes gekend, je hebt jouw club als eerste Nederlandse vereniging de beste van Europa en later van de wereld zien worden. Je hebt het allerhoogste gezien en je hebt het daarna in kunnen zien storten.

Hoewel ik geboren ben in 1992, heb ik zelfs de UEFA Cup-winst niet bewust meegemaakt. We zaten op een camping, speelden een spelletje en toen Feyenoord begon gingen mijn ouders de wedstrijd kijken. Ik speelde liever verder en keek alleen de tweede helft mee. Het deed me weinig. De liefde voor voetbal en voor Feyenoord kwam pas een jaar later. De eerste wedstrijd die ik van begin tot eind zag was Feyenoord-Ajax in april 2003 voor de halve finale van de beker. Het was een van de mooiste klassiekers ooit met kansen over en weer, scheidsrechterlijke dwalingen waar zelfs Danny Makkelie bij verbleekt en een Feyenoord dat ondanks alle tegenslag overwon. Toen begon de liefde, en een paar maanden later was er geen weg meer terug. Doorgaan met het lezen van “Dirk, opa en ik”

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.

Omhoog ↑