Twaalf argumenten tegen Feyenoord City

Precies acht jaar geleden, op 2 december 2010, werd door de wereldwijde voetbalbond FIFA een beslissing genomen met verstrekkende gevolgen voor Feyenoord. Niet Nederland en België, maar Rusland kreeg het WK van 2018 toegewezen. De finale tussen Frankrijk en Kroatië werd daarom deze zomer gespeeld in Moskou en niet in Rotterdam. Want met het binnenhalen van het WK zou Feyenoord automatisch een nieuw stadion krijgen. Een stadion voor 80.000 toeschouwers. Toen bekend werd dat dit niet doorging, zat ik in zak en as. Want hoe kon Feyenoord, op dat moment ternauwernood boven de degradatiestreep bivakkerend, ooit nog de aansluiting vinden bij de top?

We zijn acht jaar verder. Het WK is gespeeld, Nederland wist zich niet te kwalificeren en Feyenoord staat inmiddels gewoon weer op de plek waar je Feyenoord mag verwachten: op de derde plaats. In die acht jaar is mijn mening drastisch veranderd. Ik geloof niet meer in de promotiepraatjes, doorspekt met dooddoeners als ‘alleen in een nieuw stadion kunnen we nog meedoen’ of ‘in Feyenoord City kan Feyenoord de Champions League winnen’. Ik ging van pro-nieuwbouw naar pro-Red de Kuip en uiteindelijk naar pro-renovatie. Welke vorm ik voorsta, komt later aan bod. Maar eerst: waarom is Feyenoord City geen goed idee? Ik zou 1908 redenen kunnen geven, maar ik beperk het tot de volgende twaalf argumenten.

1. De bouwkosten zijn te hoog
2. Er spelen te veel belangen mee
3. Het mobiliteitsprobleem
4. Champions League-finale is geen argument
5. In de Kuip kan je wel groeien
6. Geld haal je binnen met benen, niet met stenen
7. Het plan is totaal niet ambitieus
8. Van sentiment kan je wel vreten
9. De unieke Kuip-sfeer ontbreekt
10. Ook wij hebben successupporters
11. De bezettingsgraad zullen we nooit halen
12. Er is nooit gekeken naar renovatie in combinatie met gebiedsontwikkeling

1. De bouwkosten zijn te hoog
Feyenoord was in 2010 bijna failliet. Dus kochten rijke Feyenoorders die zichzelf verenigden onder de naam ‘Vrienden van Feyenoord’ 49% van de aandelen van de club. Zo kreeg Feyenoord een kapitaalinjectie en kon het zich weer oprichten. Allemaal met het idee om die aandelen op termijn weer terug te kopen. Acht jaar later heeft Feyenoord zich opgericht, zijn we kampioen geworden, maar hebben we nog steeds een ‘schuld’ bij de ‘Vrienden van Feyenoord’ van 29 miljoen euro. Op papier is dit geen schuld, want het is geen officiële lening, maar het is wel 29 miljoen euro die we niet in de selectie kunnen steken. Prima, want het hield ons destijds op de been en die kapitaalkrachtige Feyenoorders verdienen hun geld terug te krijgen.

Echter, nu willen we nog meer schuld opbouwen. Het nieuwe stadion moet namelijk 444 miljoen euro gaan kosten en een groot deel daarvan, 100/120 miljoen, wil Feyenoord zelf inleggen. Omdat we daar het geld niet voor hebben, zullen we ook daarvoor gaan ‘lenen’. Wederom: niet officieel lenen, maar andere partijen nemen aandelen en die aandelen gaat Feyenoord dan opkopen. Ook weer: allemaal geld dat niet naar het veld gaat. En met welk geld gaan we die aandelen kopen? Precies, de eventuele winst uit Feyenoord City. Dus er komt een heel duur stadion en als we door dat nieuwe stadion extra geld binnenhalen, geven we dat geld direct weer uit aan dat stadion. Waar de winst hem dan in zit? Die komt eventueel later nog eens, als we eindelijk van onze onofficiële schulden verlost zijn. Tot die tijd moeten we het doen met de inmiddels bekende 25 miljoen. Lang niet voldoende om Ajax en PSV slapeloze nachten te bezorgen.

2. Er spelen te veel belangen mee
In de ‘Nieuwe Revu’ van deze week kwam naar voren dat het plan van Feyenoord City gestolen is. Los van de discussie of dit wel of niet zo is (hint: het is wel zo), laat het stuk iets zien dat veel schrijnender is, namelijk de vele belangen die meespelen. Kritische Feyenoord-supporters zeggen het al jaren, maar het hele stadion-project schreeuwt ‘vriendjespolitiek’. Hoe de laatste onthulling dat laat zien? In 2005 zei Eric Gudde dat het plan van Mommers ‘moeilijk uitvoerbaar’ is. Stadiondirecteur Jan van Merwijk gaf het plan weinig kans van slagen omdat het ‘weinig ontsluitingswegen heeft’. Allebei waren ze in 2016 ineens aanjager van dit plan. Een stadion in de Maas was ineens een goed idee. Is dat alles? Nee, want zo ziet belangenverstrengeling/vriendjespolitiek er dus uit:

Bron: Nieuwe Revu
Bron: Nieuwe Revu

3. Het mobiliteitsprobleem
Jan van Merwijk had het bij het juiste eind toen hij zei dat dit plan weinig kans van slagen had. Want waar je na een bezoekje aan de Kuip al minstens een half uur in de file staat (vaker een uur) zal dit bij Feyenoord City alleen maar erger worden, aangezien daar meer mensen naartoe gaan. Of zouden moeten gaan. De kans is vrij groot dat er uiteindelijk minder mensen naartoe gaan. In dat geval is het mobiliteitsprobleem wel opgelost. Probleem is echter dat het stadion half in de Maas ligt. In alle eerlijkheid: in theorie is dat een vet idee. Icoon voor de stad, mits mooi uitgevoerd. In de praktijk betekent dat echter dat er maar één toegangsweg is (twintig bootjes vanaf Kralingen zetten weinig zoden aan de dijk als je 63.000 man wilt herbergen). Daarnaast wil de gemeente parkeren in de wijk tegengaan, dus gaat men werken met combikaarten. De uitwerking: rijke mensen parkeren dichtbij, minder rijke mensen moeten na een wedstrijd nog blijven plakken of in de file staan bij het falende openbaar vervoer dat hen vervolgens naar een parkeerplaats twintig minuten verderop brengt. Of erger nog: combi’s. Opstappen in Gouda, Woerden of waar dan ook en dan met de bus naar Rotterdam. Want Feyenoorder ben je niet voor je lol. Lekker met een buscombi naar thuiswedstrijden en daar dan extra voor betalen.

4. Champions League-finale is geen argument
Maar als het stadion zo duur is en op zo’n onhandige locatie ligt, waarom zou je het dan nog doen? Wat haal je met nieuwbouw wel binnen en met renovatie niet? Antwoord: een ChampionsLeague-finale. Dat klinkt allemaal heel erg leuk, maar dit levert en heel weinig inkomsten op en het is zo’n zeldzame gebeurtenis dat je hiervoor geen 444 miljoen euro gaat neertellen. Wembley haalde de belangrijkste club wedstrijd van het jaar zowel in 2011 als in 2013 binnen, maar doorgaans zit er veel meer tijd tussen twee finales in hetzelfde stadion. San Siro kreeg de wedstrijd in 1965 toebedeeld, maar moest na ‘onze’ finale in 1970 tot 2001 wachten op de volgende finale, om het vervolgens in 2016 weer te mogen organiseren. Het Santiago Bernabeu van Real Madrid organiseerde de finale vier keer sinds de start van de competitie in 1955, en een aantal andere stadions kregen de wedstrijd drie keer toegewezen. Maar in al die gevallen geldt: daar bouw je geen stadion voor. Al zouden we de wedstrijd in ruim zestig jaar tijd ook vier keer mogen organiseren (gaat niet gebeuren, want er zijn grotere stadions, dus meer inkomsten) dan nog is dat geen argument vóór nieuwbouw.

5. In de Kuip kan je wel groeien
Al in 2012 werd gezegd dat Feyenoord in de Kuip financieel aan het plafond zat. Van Geel en Gudde zeiden zelfs dat we vooral de concurrentie aan moesten gaan met AZ, Vitesse en FC Twente. Ajax en PSV waren financieel niet in te halen en dat kwam door de Kuip. Onze begroting in 2012: 38 miljoen. Onze begroting vandaag de dag: 66/68 miljoen. In de Kuip kan je dus wel degelijk groeien. Helemaal omdat deze begroting geen rekening houdt met transfers en Europees voetbal. Als we, zoals vorig seizoen, spelers verkopen en Champions League spelen, is dat allemaal winst. We houden er financieel geen rekening mee, waardoor een slecht jaar geen nadelige financiële gevolgen heeft, behalve dat de concurrentie uitloopt.

6. Geld haal je binnen met benen, niet met stenen
Dat brengt ons meteen bij een van de belangrijkste pijnpunten in dit dossier: de probleemstelling. Het is dus niet waar dat Feyenoord in de Kuip financieel niet kan groeien. Feyenoord haalde vorig jaar op wedstrijddagen (tickets, merchandise etc.) 38 miljoen euro binnen. PSV haalde in datzelfde jaar 26 miljoen binnen op wedstrijddagen en Ajax 32. Toegegeven, Feyenoord speelde drie Champions League-wedstrijden, tegenover twee voorrondepotjes voor Ajax. Maar Ajax heeft een groter stadion en haalde in het Europa League-seizoen (drie wedstrijden meer dan wij) 40 miljoen binnen. Oftewel: maar 2 miljoen meer dan wij vorig jaar met minder wedstrijden in een kleiner stadion voor elkaar kregen. Je zou bijna denken dat het verschil tussen Ajax en Feyenoord dus weinig te maken heeft met het stadion.

PSV dan? Zij haalden vorig jaar, in het kampioensjaar, een netto-omzet van 62 miljoen euro, minder dus dan die van ons. Hun begroting en daarmee de uitgaven gaan echter uit van 70 miljoen. Dus toen PSV zich blameerde in de Europa League (we’ve all been there), moest de club Davy Pröpper verkopen om toch nog op winst uit te komen. Zonder Europees voetbal en zonder transfers, halen wij meer geld binnen dan PSV. En toch wordt het gat tussen ons (en Ajax al helemaal) steeds groter. Waarom? Dat komt dus niet door de Kuip, maar door de transfers en het Europees voetbal. Ajax haalt in de Champions League ruim zestig miljoen binnen en gaat met De Ligt, Ziyech, De Jong en Onana zo flink cashen dat zelfs geen twintig Feyenoord City’s dat gat kunnen dichten. Het probleem bij Feyenoord zit hem in het totaal ontbreken van een voetbalvisie. Waar PSV de ene na de andere Zuid-Amerikaan haalt, doen wij het met bord-op-schoot-scouting. En toen wij in 2014 een zekere Hakim Ziyech konden kopen, wilden we dat best doen, maar dan moest hij wel genoegen nemen met een plaats op de rechterflank, want op tien hadden we Lex Immers lopen. Dus koos Ziyech voor een nummer tien-positie in Enschede, om twee jaar later voor ons onbetaalbaar te zijn. Dát is het verschil tussen Ajax, PSV en Feyenoord, niet het stadion.

7. Het plan is totaal niet ambitieus
Stel nou dat Feyenoord door Feyenoord City in één klap de rijkste club van allemaal is. Stel nou dat we Ajax en PSV in één klap voorbijgaan. Ik heb al laten zien dat je dat niet doet met een stadion, maar stel nou dat dat wel zo zou zijn. Dan zou ik het heel jammer vinden dat we de Kuip verlaten, maar dan zou ik het overwegen. Dan zou ik de Kuip missen, maar zien dat Feyenoord er sterker van wordt. Dat is echter niet het geval. In een optimistisch scenario (waarom het optimistisch is leg ik later uit) is dit namelijk het gevolg van Feyenoord City op het spelersbudget:

Bron: Stadion Feijenoord

Feyenoord gaat PSV voorbij, maar Ajax niet. Hierbij is echter geen rekening gehouden met het feit dat PSV zoals eerder beschreven het geld wel haalt uit Europees voetbal en transfers, waardoor de verwachting dat PSV vrijwel niet zal groeien in spelersbudget een nogal optimistische is. Maar ook de groei van Feyenoord is optimistisch, wat komt door de bezettingsgraad (punt 10 en 11). Los daarvan groeien we momenteel al in spelersbudget, waardoor het gat met PSV kleiner is dan het hier lijkt. Ook zonder nieuw stadion komen we in structurele inkomsten al dichterbij. De reden dat het gat dan toch weer groeit? U raadt het al, niet het stadion, maar transfers en Europees voetbal veroorzaken dit. Inkomsten waarop je niet kan begroten, omdat ze simpelweg niet structureel te garanderen zijn. 

8. Van sentiment kan je wel vreten
De voorstanders van Feyenoord City houden van dooddoeners. ‘We willen vooruit!’ (Dat wil iedereen) ‘In de Kuip zoals die nu is kunnen we niet groeien.’ (Feitelijk onjuist, maar er zit inderdaad een max aan de groeicapaciteit, daarom zegt ook niemand dat het moet blijven zoals het nu is.) En de absolute favoriet: ‘Van sentiment kan je niet vreten.’ Het klinkt goed, in veel gevallen klopt het ook, maar juist in de voetballerij klopt het niet. Sentiment is alles wat opgediend wordt. Waarom ben je voor Feyenoord? Waarom ben je voor welke club dan ook? Dat is niet om een of andere objectief vast te stellen reden, nee, dat komt door een gevoel. Het gevoel dat werd aangewakkerd, de eerste keer dat je naar het stadion ging, dat je de club op televisie zag. Een wedstrijd, een speler. De binding met de stad. De identiteit van de club, in ons geval: geen woorden, maar daden. Sterker door strijd. You’ll never walk alone. De club van het volk. Al die dingen die Feyenoord Feyenoord maken. De Kuip hoort bij die identiteit. Als een supporter alleen maar komt opdagen in goede tijden, was Feyenoord allang failliet geweest.In de jaren tachtig gebeurde dat al bijna, maar in 2010 was dit ook niet ver. Waarom bleven mensen toen naar Feyenoord gaan? Niet vanwege het voetbal, wel vanwege het Feyenoord-sentiment. Want als je voor het voetbal komt, moet je echt ergens anders zijn.
‘Van sentiment kan je niet vreten’, zegt men. Sentiment is de enige reden dat wij nog bestaan, zeg ik. En al die dingen verdwijnen straks. Behalve de sfeer, zal ook de volksclub een flinke tik krijgen. Ga maar na: het stadion is vrij duur, dus worden de kaarten straks goedkoper of duurder? En al die fanatieke supporters die relatief goedkoop op de beste plekken van het stadion zitten, mogen die daar straks weer plaatsnemen of zijn de voorste rijen straks voor de mensen met de dikste portemonnee?

9. De unieke Kuip-sfeer ontbreekt
‘Waar het Legioen is, heerst de echte Feyenoord-sfeer.’ Het is een mooie uitspraak, vleiend voor het Legioen. Toegegeven, het geeft een kick om in Arnhem het stadion over te nemen of om in Manchester na het laatste fluitsignaal te blijven zitten en op ieder vak een cluster Feyenoorders ‘Ken je dat niet horen dan?’ te horen zingen richting het ‘Komen wij uit Rotterdam?’ vragende uitvak. Maar de Feyenoord-sfeer? Die vind je alleen in de Kuip. Ja, zet ons neer in de ArenA en je krijgt meer sfeer dan er nu is. Maar de sfeer in de Kuip komt ook door de Kuip. De vibrerende tribunes, hoe het geluid op de tweede ring galmt in de overkapping en op de eerste ring weerklinkt door de overhangende tribunes; dat zijn sfeerverhogende elementen. Net zoals het feit dat we zo dicht op elkaar zitten hiervoor zorgt. Mocht Feyenoord City er straks zijn, dan verdwijnen al deze elementen. Overhangende tribunes mogen niet meer, de vibrerende tribunes verdwijnen omdat staal plaatsmaakt voor beton en beenruimte is er volop, in het ontwerp, maar ook door de vele lege plaatsen. Haal al deze aspecten weg en je krijgt een ander stadion en dus een totaal andere beleving. De Kuip is uniek en maakt het Legioen tot wat het is. Wij zijn trouw, velen van ons zijn luid, maar alleen in combinatie met de Kuip zorgen wij voor die zo kenmerkende Feyenoord-sfeer.

10. Ook wij hebben successupporters
Maar behalve trouwe supporters, hebben ook wij successupporters. In het kampioensjaar was elke wedstrijd ruim van te voren uitverkocht. Vorig jaar ging dat de eerste maanden ook nog goed, maar na de winterstop kwam de klad er in. Dit jaar is PSV de eerste tegenstander waarvoor de Kuip volstroomt. Ook FC Utrecht en Vitesse (toch aardige affiches) krijgen de dagjesmensen niet naar het stadion. Zelfs de mogelijkheid om nog een paar keer te genieten van Robin van Persie krijgt de Kuip niet gevuld. Toen de hunkering op zijn hoogtepunt was, stonden de mensen in de rij. Nu Dirk Kuyt aan de hunkering een einde heeft gemaakt, zien we dat Feyenoord is zoals elke andere club: ook wij zijn afhankelijk van resultaten. Vanaf het UEFA Cup-jaar werd Feyenoord hot, maar pas vanaf de terugkeer van Dirk Kuyt was er reden om aan te nemen dat we een groter stadion nodig hebben. Natuurlijk hadden we de kampioenswedstrijd vijf keer kunnen uitverkopen, maar Feyenoord speelt iets te weinig kampioenswedstrijden om daarop te gokken. Zie hier de toeschouwersaantallen door de jaren heen en vraag jezelf dan af: waarom moeten wij naar een stadion voor 63.000 toeschouwers?

Bron: transfermarkt.de

11. De bezettingsgraad zullen we nooit halen
Door deze cijfers weet je: de vereiste 90% bezettingsgraad in Feyenoord City gaan we nooit halen. Dan zouden we namelijk structureel 56.700 toeschouwers moeten trekken. De kaarten zijn dan duurder, het voetbal niet beter, de tegenstanders niet ineens aansprekender dan ze nu zijn, maar toch zouden we dan ruim 10.000 toeschouwers meer moeten trekken dan vorig seizoen. De bezettingsgraad is gebaseerd op de cijfers uit het kampioensjaar. Dat vertekent het beeld nogal. Uit een enquête vanuit Feyenoord City bleek dat sowieso 19% van de huidige seizoenkaarthouders geen kaart neemt in het nieuwe stadion. Van de huidige 32.000 zouden er dus nog maar 25.920 overblijven. Volgens Jan de Jong hebben we in Feyenoord City 40.000 seizoenkaarthouders nodig.
Maar die 19%, dat zijn mensen die hoe dan ook afvallen. Dat aantal ligt hoger. Waarom? Feyenoord City gebruikte een nogal sturende vraag. Men vroeg of je geïnteresseerd was in een seizoenkaart in het nieuwe stadion. Zei je ‘nee’, dan was dat het einde, zei je ‘ja’, dan werd dit genoteerd als ‘ik blijf hoe dan ook’. Dat klopt om twee redenen niet.

1. Mensen wisten al snel dat de enquête zou stoppen bij een ‘nee’, maar wilden of weten wat er verder nog gevraagd werd, of wilden nog opmerkingen kwijt aan het eind.

2. De vraagstelling klopt sowieso niet. Waar Feyenoord ook speelt, altijd ben ik – in theorie – geïnteresseerd in een seizoenkaart. Dat wil niet zeggen dat ik er ook eentje koop. Ik heb alle voorgeschotelde opties geweigerd, want of het was een slechte plek, of het was te duur. Toch werd mijn enquête genoteerd alsof ik een seizoenkaart ga nemen.

Als iemand aan mij vraagt of ik geïnteresseerd ben in het kopen van een boek, zal ik altijd ‘ja’ zeggen. Als diegene vervolgens zegt: ‘Hier, ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en ‘Rood-en-wit wordt kampioen, 33 landstitels van Ajax’, samen maar vijftig euro’ koop ik vervolgens niks. Zou die verkoper dit vervolgens mogen noteren als een geslaagde verkoop? Natuurlijk niet. Waarom Feyenoord City dan wel? Ze kunnen niet anders, want als ze wel eerlijk zijn en goede vragen stellen zal blijken dat er weinig draagvlak is.
‘Ja, maar de zwijgende meerderheid is wel voorstander van Feyenoord City en uiteindelijk waren er maar een paar protestdoeken.’ En precies nul pro-Feyenoord City-doeken. Als je voorstander bent, open dan je mond, neem een spandoek mee, en kom alsjeblieft met argumenten. Want iedereen die om zich heen kijkt ziet vooral Feyenoorders die bij een overgang naar een nieuw stadion gaan afhaken. En al die afhakers moeten dus vervangen worden door minstens 14.080 (maar waarschijnlijk dus meer, minstens één, want ondergetekende) nieuwe seizoenkaarthouders. Terwijl de Kuip nu al niet vol te krijgen is. Veel succes, met je 90% bezettingsgraad.

12. Er is nooit gekeken naar renovatie in combinatie met gebiedsontwikkeling
‘Renovatieplannen zijn constant afgekeurd, dus renovatie is niet rendabel.’ Nog zo’n stokpaardje. Meerdere nieuwbouwplannen zijn ook afgekeurd, maar dat is dan weer geen argument om alle nieuwbouwplannen af te schieten, vreemd genoeg. Het plan van ‘Red de Kuip’ was een ring op het huidige stadion. Dat plan was zonder gebiedsontwikkeling. Net als elk ander renovatieplan. Maar omdat Feyenoord en Stadion Feijenoord inmiddels doorhebben dat je zonder gebiedsontwikkeling de gemeente niet meekrijgt, is nu de focus op nieuwbouw plus gebiedsontwikkeling gelegd. Renovatie in combinatie met gebiedsontwikkeling is nooit onderzocht. Sterker nog, vanuit zowel Feyenoord City als de gemeente zegt men: ‘het is dit, of niks.’ Dus of we krijgen dit plan, of de hele wijk kan de komende jaren ongezien de tyfus krijgen. Waarom een gemeente een wijk alleen wil opknappen als hier een heel duur stadion aan gekoppeld wordt, ontgaat mij even.
Waar ‘Red de Kuip’ dus uitgaat van 63.000 toeschouwers, ben ik daar geen voorstander van. Waarom niet? Zie punt 10 en 11. Daar is geen markt voor. Is dat de schuld van ‘Red de Kuip’? Zeker niet. Zij kozen voor 63.000 omdat Feyenoord een stadion met 63.000 toeschouwers moest en zou krijgen. Dat is niet rendabel, nergens op gebaseerd en dus veel duurder dan zou moeten. Wat ik voorstel is dan ook het volgende: we geven de Kuip een kwalitatieve renovatie en de gemeente zorgt er verder maar voor dat de wijk opgeknapt wordt. Het is niet de taak van Feyenoord om Rotterdam-Zuid te redden. Met kwalitatieve renovatie bedoel ik: achterstallig onderhoud uitvoeren, zorgen dat je wel een back-up hebt voor oud materiaal zodat het licht niet nog een keer uitgaat en een schil om de Kuip, zodat je alle faciliteiten kan bieden (zeg het niet graag, maar onze vrienden uit de hoofdstad doen dit en zijn hiermee een voorbeeld). Meer stoeltjes zijn er niet nodig, laten we eerst de Kuip maar eens vol krijgen, maar betere faciliteiten wel. Dat kan allemaal gewoon in de Kuip.

Conclusie
Als Feyenoord al deze twaalf argumenten kan weerleggen, ben ik voor dit plan. Tot nog toe heeft zowel de club als de groep die verantwoordelijk is voor Feyenoord City geen enkele poging gedaan om met inhoudelijke argumenten te komen. Zolang ze dat niet doen, is er voor mij geen enkele reden om aan te nemen dat ik ernaast zit. Men zegt ook dat tegenstanders van Feyenoord City halsstarrig vasthouden aan hun eigen gelijk. Dat geldt wellicht voor velen, maar niet voor mij. Ik ben al twee keer eerder van standpunt veranderd, elke keer op basis van feiten en argumenten. Draagvlak is cruciaal om dit plan te laten stijgen. Daarvoor zijn de Feyenoord-supporters nodig. Wil je dat wij achter dit plan gaan staan? Overtuig ons dan.
Mijn stelling is: Feyenoord City is niet het beste voor Feyenoord, (kwalitatieve) renovatie wel. Change my mind.

Advertenties

Zeven over half elf

We reden ergens in Noorwegen. Bijna waren we bij de pont die ons naar Denemarken moest brengen, waarna het laatste deel van de terugreis zou worden voltooid. Het plan was om in het land van Borgen, Jon Dahl Tomasson en Lego nog te overnachten, maar plotseling is er haast. Zestien jaar oud ben ik en ik weet zeker dat ik op het punt sta voor de tweede keer een grootouder te verliezen.

Iedereen was rustig, hoopvol, behalve ik.

Ik zat achterin de camper en probeerde wat te schrijven. Tijdens de kleine twee weken dat we onderweg waren had ik meer dan vijftig A4’tjes volgeschreven voor wat ooit mijn debuutroman zou moeten worden, maar nu kreeg ik geen woord meer op papier. ‘Het gaat niet zo goed met pa.’ Dat waren de woorden van mijn oma, later ook uitgesproken door mijn tante. Terwijl ik terugdacht aan de dood van mijn andere opa, kwamen er tranen. Mijn vader kwam naar me toe zodra hij het merkte.

‘Het komt echt wel goed,’ zei hij.

‘Maar wat als het niet goed komt? Wat als we geen afscheid meer kunnen nemen?’

 

Vijf jaar eerder. Ik was tien, zou een paar weken later elf worden. Terwijl mijn klasgenoten op het schoolplein aan het spelen waren, wachtte ik in de lerarenkamer op telefoon uit Rotterdam. De nacht ervoor had ik bij een vriend geslapen, of eigenlijk hadden we vooral Tekken 3 gespeeld en geroddeld over de meisjes uit onze klas. Mijn ouders vonden het geen goed idee als ik mee zou gaan. Een dag eerder hadden ze mijn opa al gezien en ze wilden niet dat ik me hem zo zou herinneren.

Een week eerder zou ik eigenlijk bij hem op bezoek gaan. In de maanden ervoor waren we al vaak langs geweest. Ik herinner me vooral de leegte, hoe iedereen zocht naar woorden, naar houvast. Hoe mijn moeder ervoor of erna nog iets leuks wilde doen zodat we niet te veel met het leed zouden blijven zitten. Ik herinner me LeAnn Rhymes die op magische wijze elke keer als we hem bezochten op de radio voorbijkwam met Life goes on en hoe ik pas jaren later de ironie daarvan inzag. Zo vaak ik kon, ging ik mee. Maar die laatste keer dat ik zou moeten gaan, ging ik niet.

Terwijl mijn moeder en mijn broer braaf aan het ziekenhuisbed van mijn opa zitten, waren mijn vader en ik voor een persreis in Disneyland Parijs. Ook al was ik bijna elf, nergens kon je mij zo blij mee maken als een trip naar Disneyland. Nu voelde ik me schuldig.

Vijf weken geleden had ik mijn opa voor het laatst gezien, op nieuwjaarsdag.

Hij lag thuis, voor de verandering. Voor de openhaard was een ziekenhuisbed geplaatst. We zaten eromheen en ik was me vooral bewust van het tikken van de klok. Hij probeerde te praten, wat nauwelijks ging.

En nu zat ik in de lerarenkamer te wachten op het bericht dat ik voor het eerst iemand ben kwijtgeraakt. Iemand waar ik geen afscheid van had kunnen nemen omdat ik er de laatste keer dat ik hem zag van overtuigd was dat het goed zou komen. En vier weken later zouden we weer langs komen. Die afspraak verbrak ik, want Disneyland kon ik niet laten schieten.

Ik keek naar de klok.

Het was zeven minuten over half elf toen de telefoon ging.

 

Een ander ziekenhuis, mijn laatste opa. In de rit ernaartoe was ik alleen maar naar de klok op de autoradio aan het kijken. Ik probeerde mijn opa via een niet bestaand telepathische zender te smeken op ons te wachten. Om in ieder geval vol te houden tot wij er zouden zijn. Het idee om ook van deze opa geen goed afscheid te kunnen nemen omdat ik in het buitenland zat was ondraaglijk.

Maar wij kwamen aan en hij leefde nog.

Meteen toen ik hem zag wist ik echter instinctief dat het niet meer voor lang zou zijn. De sterke man die mijn opa was, die ondanks zijn pacemaker altijd was blijven fietsen, ook toen dat op een ligfiets moest, was veranderd in een lichaam aan apparaten. Ik was licht verkouden en wilde niet dichterbij komen, wilde niet dat hij door mij een infectie zou krijgen die hem fataal kon worden. Zonder kracht in zijn stem vroeg hij me, smeekte hij me, dichterbij te komen. Toen pas kon ik geloven dat dit het afscheid was.

Meer familieleden kwamen.

Mensen die ik om de zoveel maanden zag, mensen die ik slechts op de verjaardagen van mijn grootouders zag en mensen die ik al jaren niet meer had gezien. Zij herkenden mij, ik had geen idee. Het deed er ook niet toe.

Mijn oma, mijn ouders en mijn oom en tante bleven de hele tijd bij hem. Mijn broer, nichtje, neefje en ik bleven in de familiekamer. Daar kwamen de mensen die afscheid namen na afloop naartoe. Ze wensten ons sterkte en wij hen ook. Jaren hadden we elkaar niet gezien, nu zouden we elkaar twee keer in een week tijd tegenkomen. Op tv was de Tour de France te zien, de wielerronde waar hij altijd naar keek en waarbij ik meekeek, puur om naar zijn verhalen te kunnen luisteren. Mijn broer en ik gingen een wandeling maken. Hij kocht sigaretten en zwoor dat het zijn laatste pakje was. Daarna gingen we terug en was Fight Club te zien.

Ik keek afwisselend naar de tv en naar de klok.

Toen ik zag dat het zeven minuten over half elf was, kwam mijn moeder de kamer binnen. Zonder iets te zeggen, wisten we wat er zojuist was gebeurd.

 

SEIZOENSUITVERKOOP

De Eredivisie is afgelopen en zoals het – met uitzondering van vorig jaar – hoort, heeft Feyenoord er weer een teleurstellend jaar van gemaakt. We zijn ergens in maart al onttroond als landskampioen en hoewel de beker dit jaar van goud was, liet dit seizoen ons veelal terugdenken aan het vorige seizoen en vooral aan 14 mei 2017.

Zoals u waarschijnlijk wel bekend schreef ik in de nasleep van het kampioenschap mijn eerste boek over Feyenoord: Ons Feyenoord. Het boek is in steeds minder boekhandels nog te koop (goed teken) en hoewel het via Bol.com wel gewoon nog steeds te verkrijgen is, kan je het toch het beste bij de auteur zelf bestellen. Zeker omdat ik de laatste exemplaren van Ons Feyenoord in de uitverkoop doe.

Bij verschijning kocht ik een honderdtal exemplaren in om zelf te kunnen verkopen. Daarvan zijn er nu nog zestien over. Die zestien exemplaren gaan nu niet voor 14,95 (excl. verzendkosten) maar voor 12  euro (incl. verzendkosten) de deur uit.

Dus wil jij voor jezelf, je vader, je moeder, je broer, je zus, je neef, je nicht, je vriend of vriendin, je buurman of buurvrouw of voor je favoriete Ajacied/PSV’er/Superboer Ons Feyenoord kopen, stuur dan een bericht. Dat kan hieronder, maar anders kan je mij mailen via robertjandijkgraaf@gmail.com. Geef een gil en dan neem ik contact met je op.

Voor wie het boek ook is, ik schrijf er een persoonlijk bericht in. Wil je dat? Geen idee. Wil je dit boek zo goedkoop aanschaffen zodat je kan pronken met een Feyenoord-boek in je boekenkast? Ja. Dus reageer, mail, slide in DM, wat dan ook.

Uiteraard: op is op, dus wees er snel bij.

It was the best of times, it was the worst of times

Beneden op straat deed iedereen zijn of haar ding. Mensen liepen door de Koopgoot alsof het een dag was als alle anderen. Samen met mijn moeder zat ik in het restaurant van De Bijenkorf en keek ik naar al die mensen die niet door leken te hebben dat vandaag alles zou veranderen. Want dit zou de mooiste dag van het jaar zijn, de mooiste dag uit mijn leven tot nu toe. Mooier nog dan 14 mei, toen Feyenoord kampioen werd. Vrijdag 18 augustus, de dag van mijn eerste officiële boekpresentatie, de dag dat ‘Ons Feyenoord’ echt uitkwam. Oké, het boek lag al bijna twee weken in de winkels en had al een tweede druk (na anderhalve dag), maar om het symbolische eerste exemplaar in Rotterdam te mogen overhandigen aan de man die als eerste Nederlander ooit de Europa Cup 1 mocht optillen, was toch echt de kers op de taart.
Ik had hier al zo vaak gezeten. Hier had mijn oma tot haar pensioen gewerkt, kwamen we met het gezin als we in de zomer in Rotterdam gingen winkelen, naar het Maritiem Museum gingen of de Euromast beklommen. Altijd gingen we ook even langs De Bijenkorf om wat te drinken en te kijken naar die mensenmassa beneden op de Coolsingel en het Beursplein.
Maar nu was alles anders. Doorgaan met het lezen van “It was the best of times, it was the worst of times”

Leven met Feyenoord

Afgelopen zondag zat ik ineens in een online talkshow. Het was de eerste aflevering van de volledig op Feyenoord gerichte talkshow ‘Leven met Feyenoord’ en ik mocht daar lullen over mijn boek en over Feyenoord in het algemeen. Ontzettend leuk om te doen, hopelijk ook leuk om naar te kijken. Of dat ook echt zo is, kan je beoordelen door hier de aflevering terug te kijken.

Leven met Feyenoord

Boekpresentatie ‘Ons Feyenoord’

Vrijdag 18 augustus vond in boekhandel Snoek (Meent 126, te Rotterdam, gaat daarheen) de boekpresentatie plaats van Ons Feyenoord. Rinus Israel, de man die als eerste Nederlander de Europa Cup 1 en de Wereldbeker omhoog mocht tillen, kreeg het eerste exemplaar. Het boek is er, de tweede druk is er en mijn speech zie je hier.

Rinus Israel - Presentatie

 

Ons Feyenoord

Sinds augustus ligt mijn eerste ‘echte’ solo-boek in de winkel: Ons Feyenoord. Waar het over gaat? Nou, dit, zo’n beetje:

Dit boek geeft het definitieve antwoord op de vraag: wat maakt Feyenoord tot Feyenoord? Wanneer en vooral waarom worden mensen supporter van deze Rotterdamse club? Wat is toch de aantrekkingskracht dat een voetbalclub zo’n prominente rol speelt in de levens van honderdduizenden mensen in binnen- en buitenland? En wat zorgt ervoor dat zoveel mensen – jong en oud, man en vrouw – een haast religieuze liefde voor de club uit 010 hebben?

Ons Feyenoord legt voor Feyenoorders én voor niet-Feyenoorders de ziel bloot van de meest markante club met de trouwste aanhang van ons land.

Ons Feyenoord gaat over alle tradities die voor de supporters de club meer maken dan een gewone voetbalclub. Over de culthelden en de zanger met de gouden microfoon. Over de haat voor 020, de liederen en over het vloeken op de eigen club. Maar ook de grote successen komen aan bod, en de pijnlijke nederlagen. De bekende spelers en de bekende niet-spelers. En natuurlijk over De Kuip, het stadion dat onder supporters voor zoveel verdeeldheid zorgt.

Het ligt inmiddels in de betere boekhandel (zoals boekhandel Snoek aan de Meent in Rotterdam, waar de boekpresentatie was) en is online te bestellen. Ook bij mij. Wil je het cadeau geven aan iemand of wil je voor jezelf een handtekening in het boek; dat kan. Stuur me via welk kanaal dan ook een bericht, of vul hieronder in hoeveel exemplaren je wil hebben, waar het naartoe moet en of er nog een speciale boodschap in moet.

Het boek kost, inclusief verzendkosten, €16,95.

 

 

Briefje aan de ouwe,

Mag ik je nog ouwe noemen, ouwe? Of is het voortaan meneer de Lijsttrekker? Tot de leden daarover gestemd hebben laat ik het nog even bij ouwe. Ouwe, wat een dag. Het is afgelopen zaterdag al uitgelekt, maar vandaag is dan de officiële start van GeenPeil. Vanmiddag voor al die vrijwilligers van het Leger des Peils onthullen jullie de plannen en al snel zal het hele land ervan op de hoogte zijn.

Uiteraard gaat het al voor die plannen bekend zijn vooral over dingen die niets met de plannen te maken hebben. Weer een splinterpartij. Weer een rechtse partij. Al die ego’s. Al die ijdelheid. Juist bij de partij waarbij het totaal niet gaat om de poppetjes, was de kritiek dit weekend meteen persoonlijk. Want jij bent een kale, ‘witte’ man van middelbare leeftijd en dat moeten we natuurlijk niet hebben, daarvan zijn er al teveel. Dus kreeg je een hoop persoonlijke kritiek over je heen. Ik probeer het niet te lezen, want inhoudelijke argumenten zitten er nooit tussen en je weet dat ik onredelijk boos kan worden van onredelijkheid.

Het zijn ook altijd dezelfde mensen die losgaan. Mensen die tegen populisme zijn, maar al acht jaar lang kritiekloos juichen bij elke ademhaling van Barack Obama en nu massaal achter ‘Hoop moet winnen van de angst!’-roeper Jesse Klaver aanlopen. Mensen die voor verdraagzaamheid zijn, maar in homohater Fidel Castro een verzetsheld zien. Mensen die tegen racisme zijn, maar geen kritiek durven uiten op Erdogan. En dan is er natuurlijk nog de Leider van het Loserleger, de schoolkrantredacteur, de man die mij en Pim dood wenste omdat we nou eenmaal voortvloeien uit jouw zaad. Hij zal zijn kneusjes oproepen om nog meer bagger uit te kotsen. En weet je wat? Laat ze lekker. Doorgaan met het lezen van “Briefje aan de ouwe,”

Interview met Stefan Popa

Schrijver Stefan Popa (1989) debuteerde in 2014 met de roman Verdwenen grenzen. Het boek werd onder andere door Jeroen Vullings en het DWDD-boekenpanel geprezen. Nu, twee jaar later, verschijnt alweer zijn derde roman: De verovering van Vlaanderen. Een Don Quichot-achtig boek; ambitieus, grappig en ook een tikkeltje vreemd. “Er zit in alle drie de boeken humor en zelfspot, maar verder ga ik alle kanten op.”

Waar gaat je nieuwste boek, De verovering van Vlaanderen, over?
Over Alco van Puffelen, een heel fijn personage, vind ik zelf. Hij heeft nooit iets bereikt in zijn leven, mede door de centen van zijn vader. En dan, tijdens een lunch met diezelfde vader, draait hij door. Hij stapt op – nou ja, hij ontsnapt door het raampje in het toilet – en maakt zich op om Vlaanderen te veroveren, om zo een plaats in de geschiedenisboeken te krijgen.

Jouw hoofdpersoon is, kunnen we wel stellen, een beetje wereldvreemd. Hij is er heilig van overtuigd dat zijn missie de Nederlanden gaat redden. Hoe ben je op dat idee gekomen?
Ik heb drie, vier jaar geleden pas Don Quichot gelezen en dit is natuurlijk een beetje een Don Quichot-thema; een gek die de wereld wil verbeteren. Eigenlijk ben ik gaan schrijven vanuit frustratie over romans, of literatuur, en dat kan je nog wel terugzien in de eerste pagina’s. Ik denk dat ik destijds zelf gefrustreerd was over Verdwenen grenzen, en politiek gedoe rond A27. Toen dacht ik: ik kan nu een standaardroman schrijven, óf ik kan een knettergek personage neerzetten, die alles kan maken wat hij wil. Bijvoorbeeld: na zijn ontsnapping komt Alco bij zijn huis, ziet een groep Aziatische toeristen staan en toen liet ik hem stilstaan, naar die toeristen kijken en hij dacht dat het ninja’s waren. Dat kwam in me op, ook al sloeg het helemaal nergens op. Dan stormt hij op de toeristen af en probeert er eentje in de gracht te gooien. Op dat moment had ik de toon te pakken en wist ik dat ik er een heel boek mee vol kon schrijven. Gek, grappig, en soms totaal over de schreef. Doorgaan met het lezen van “Interview met Stefan Popa”

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑